zondag 6 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer - dag 3

Door het raampje van mijn kajuit zie ik het zonnetje en voel ik de warmte op mijn gezicht. Snel het bed uit voor deze laatste dag op het water. Iedereen ligt al in bikini op dek en enkele kinderen gaan een ritje maken in hun rubberbootje. Diane doet een grote effort en steekt alvast de broodjes in de oven zodat we wat vroeger kunnen eten. Weer een traktatie deze morgen - gebakken appeltjes met bruine suiker - heerlijk toch hoe zij me altijd weer culinair weet te verrassen! We maken ons klaar om te vertrekken, de afwas is voor straks. Diane zegt dat Rudi eerst nog wat rondjes op de motor gaat draaien om het kompas te kalibreren. Allemaal goed voor mij. Ik zet me vooraan op dek met mijn snoetje in de zon en geniet. Na een tijdje maak ik me de bedenking dat al die eilandjes hier er exact hetzelfde uitzien. Tot ik dezelfde boot voor de derde maal aan de aanlegsteiger zie liggen. Pas dan herinner ik me de woorden van Diane dat Rudi rondjes ging draaien. Ze bedoelde dus rond hetzelfde eiland en ik had dat dus echt niet door. 


Rudi trekt de genua maar we gaan amper vooruit omdat er vandaag te weinig wind is. Dus wordt dit zeil terug opgerold en gaat de gennaker omhoog. Dit dunne zeil is meer geschikt voor dagen met weinig wind en zo gaan we toch iets sneller. 


De Solveig glijdt over het water en Rudi laat de elementen van de natuur hun werk doen. Zeilen vergt meer dan alleen vaardigheid. Het is iets dat je niet zomaar kan leren uit een boekje al zijn er wel mensen die gewoon een boot huren of zelfs kopen zonder echt te weten wat ze doen. Kan je je voorstellen dat ik zonder vaarbewijs eigenlijk zou mogen varen met deze boot? Dat is toch onverantwoord? Maar bij Rudi voel ik me absoluut veilig. Hij kent het water als geen ander. Hij kan in een oogopslag de wind inschatten. Uiteraard is zeilen teamwork maar aan mij hebben ze niet veel, dus alle lof voor mijn teamgenoten! Ik probeer gewoon niet in de weg te lopen. 



Wat is er zaliger dan je door de wind te laten meevoeren naar een nieuwe paradijselijke bestemming? Oké, paradijselijk is Zeeland niet maar pittoresk zeker wel!  Terwijl het zeil bol gaat staan en de Solveig tegen 5km/uur door het kabbelende water klieft, waan ik me toch even in de hemel op aarde.


Spontaan komen de woorden van Christopher Cross in me op:


Fantasy, it gets the best of me
When I'm sailing
All caught up in the reverie, every word is a symphony
Won't you believe me?

Sailing takes me away to where I've always heard it could be
Just a dream and the wind to carry me
And soon I will be free



De dagelijkse beslommeringen lijken heel ver weg. Wat 3 dagen op een zeilboot al niet met een mens kan doen. We worden ingehaald door twee andere zeilboten en dat zorgt voor een pruillip bij Rudi. Hij gaat prompt het zeil wat boller zetten. Grappig! Zet twee zeilers op het water en je hebt een race.  ‘Boys will be boys’. Af en toe wakkert de wind aan en doorbreekt het wapperende zeil de stilte. Vandaag zijn er best wel wat zeilers op het meer en ik blijf het geweldig vinden hoe de boten elkaar kunnen ontwijken. Die wind inschatten, dat moet toch aartsmoeilijk zijn maar Rudi schijnt er geen last van te hebben. Op een gegeven ogenblik komt er een boot rakelings voorbij de Solveig gevaren en uiteraard is het een Nederlander die met een grote grijns zegt: ‘wat een zaligheid toch hé?’ Je moet dus ten allen tijde alert zijn op het water. 



Ondertussen staat de zon hoog aan de hemel en leg ik me languit op het voordek om lekker wat te snoezen. Heerlijk! Langzaam maar zeker zetten we koers naar de haven van Bruinisse, waar we in  de late namiddag binnenvaren. Einde van een heerlijk weekend op het water! 


zaterdag 5 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer - dag 2

We worden wakker in de regen en dat is echt niet fijn. De wind is volledig gaan liggen dus zeilen zit er vandaag ook niet in.  Een voor een vertrekken de aangemeerde boten en kiezen ze het ruime sop. Wij blijven rustig liggen en ontbijten tegen half 11. Mijn buikje grolt al flink want dat ben ik niet echt gewend.  Vandaag is het lazy saturday. We lezen wat, doen een middagdutje en gaan even buurten bij Martine en Rudi, een bevriend koppel van Rudi en Diane die vanmorgen naast ons zijn komen liggen met hun reuze zeiljacht van bijna 15 meter.Het zicht dat het gigantische Grevelingenmeer biedt, is adembenemend en zeker wanneer de zon opnieuw door de wolken breekt.




Rudi en Diane zien het niet zitten om hun plekje hier op te geven omdat er vandaag wel veel volk op het meer is. Wanneer we zouden gaan zeilen, zou onze plek dus wel eens heel snel ingenomen kunnen zijn. Ik vind het jammer maar ben gast en zij kunnen de situatie beter inschatten natuurlijk.  In de namiddag maken we dan maar een wandeling op het eiland en besluit ik mijn onderwatercamera even te testen. Met de voetjes in het water dus. Dat water is heerlijk warm en ik heb spijt dat ik mijn badpak niet bij heb. Veel meer dan kleine wormpjes zie ik niet maar om te testen is dit prima. We laten onze voetjes opdrogen in het frisse gras. Na de wandeling nodigen Martine en Rudi ons uit op hun zeilboot om te aperitieven. Het is zalig op het achterdek in het zonnetje.  Dit is echt vakantie! Tegen de late namiddag komen er meer en meer boten aanmeren maar de plaatsjes zijn beperkt. Een ander zeiljacht komt pal naast de Solveig aanliggen. Vreemd vind ik dat. Wanneer ze aan wal willen, moeten ze dus over ons dek lopen. Privacy is plots ver weg maar dat is blijkbaar heel gebruikelijk onder zeilers. Ondertussen komt een meeuw ons vergezellen. Gelukkig zijn ze hier niet zo opdringerig als aan de kust, waar ze het eten uit je handen pikken. Misschien hoopt ze wel op een hapje maar ze wacht geduldig af.




Martine en Rudi varen terug naar de haven maar wij blijven hier. Diane begint aan het avondeten en we sluiten deze dag af met mijn lievelingskostje, rijst met kip en currysaus. Wanneer we aan tafel gaan, worden de wolken donkerder en donkerder en de wind wakkert in enkele minuten zo erg aan dat de boot flink over en weer gaat. Ze hadden een onweer voorspeld maar het verrast mij toch hoe snel het hier gaat - een half uurtje geleden zaten we nog in het zonnetje. Hevige regen gutst over de boot maar wij zitten gelukkig droog. Na het eten schijnt de zon opnieuw de kajuit binnen. Bizar dat weer hier! 





vrijdag 4 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer

Rudi en Diane hebben hun prachtige zeilboot Solveig opnieuw in de jachthaven van hun vertrouwde  Bruinisse aan het Grevelingenmeer gestald en dit weekend mag ik nog eens meevaren. Ze pikken me op voor een drie daagse tocht, al zou je dat niet zeggen als je de hoeveelheid proviand ziet dat we mee hebben. Het is wat bewolkt maar droog dus dat is al een meevaller.


Mijn vakantiegevoel begint van zodra we Nederland binnenrijden. Het vlakke, Hollandse landschap maakt langzaam plaats voor water, bruggen en dijken. In de verte steken masten van grote en kleine zeilschepen uit boven de horizon. Bijna op onze bestemming vraagt Rudi aan Diane om alvast te kijken hoe de wind staat de komende dagen - vol overtuiging zegt Diane: ‘vandaag 4 tot 8 morgen 5 tot 8 en zondag 6 tot 8’. Aan Rudi’s gezicht te zien is hij niet overtuigd. Plots volgt er een lachsalvo van Diane - ze beseft dat ze zich heeft vergist. Vandaag is het 4 aug morgen 5 aug en zondag 6 aug. Ze heeft haar brilletje niet op en leest gewoon de dagen af! Er wordt nog eens dubbel gecheckt en de waarden liggen toch een beetje anders maar een ding is zeker, de wind gaat toch nog redelijk hard waaien vandaag.


Bij aankomst in de jachthaven, ligt de Solveig ons al op te wachten aan het einde van een steiger vol met polyester boten. De elegante tweemaster van Rudi en Diane kan me iedere keer toch weer imponeren dankzij zijn gracieuze voorkomen. De zeilen, het onberispelijke houten dek, het nostalgische plaatje klopt helemaal. Het roept de sfeer van vroeger op maar met de luxe van vandaag. Elkaar ontlopen kan je hier niet maar vermits we goede vrienden zijn, hoeft dat ook niet. Het schept toch een speciale band net omdat je in zo’n kleine ruimte enkele dagen samenleeft. Het feit dat Rudi en Diane me af en toe meevragen, geeft me een fijn “vriendschapsgevoel”. Vriendschap is niet afhankelijk van de hoeveelheid tijd die je samen doorbrengt maar wel van de kwaliteit van dat samenzijn. Er zijn veel spreekwoorden die de “fun” van zeilen onderuithalen zoals: een boot is een gat in het water waar je geld in gooit - Het is een bron van rust en vermaak, maar ook van ergernissen en frustraties. Daar heb ik als “meevaarder’ natuurlijk geen last van. 




Rond de middag vertrekken we op de motor om het kleine haventje uit te varen. De grijze wolken zijn ondertussen veranderd in witte schapenwolkjes tegen een helder blauwe lucht en de zon zet haar beste beentje voor. Er is inderdaad wel heel veel wind, bij momenten 8 Beaufort en dat zorgt voor witte kopjes op de golven. Maar voor dit scenario willen we de komende dagen gerust tekenen. We kijken om ons heen: één grote leegte en een zee aan ruimte want er zijn bijna geen boten op het water. De meeste zijn bang van de hevige wind maar daar draait Rudi zijn hand niet voor om.


Zeeland, de naam zegt het al, bestaat voor ruim 40% uit water. Rivieren, kanalen, de Westerschelde, de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer. Deze laatste twee meren zijn ontstaan door de beroemde Deltawerken die tussen 1961 en 1997 zijn gebouwd ter bescherming tegen de zee. Sinds de meren niet meer in verbinding staan met open zee zijn ze aantrekkelijk geworden als watersportplaats voor zeilers, vissers, surfers, kajakkers en duikers. 


We lunchen tijdens het varen gewoon aan boort met zicht op de weidse omgeving. Het is prachtig op het water en dat is toch één van de zaken waar je naar verlangt wanneer je gaat zeilen. De natuur zien, proeven en ruiken in al zijn facetten, één zijn met de wind en de golven. Op het water ben je helemaal weg van de wereld. Hier heb je gewoon geen tijdsbesef. Heerlijk vind ik dat!


We gaan voor anker liggen aan de steiger van een aangelegd eilandje en we zijn hier niet alleen. Het is druk op den Ossenhoek. Tijd om even aan wal te gaan en onze zeebenen wat los te schudden. Nino is in zijn element en loopt als een gek zijn balletje achterna. De wind blaast ongenadig om onze oren op dit godvergeten stukje natuur, maar die is wel heerlijk warm! Bijgevolg ben ik een beetje overdressed en heb het eigenlijk veel te warm in mijn sweater. Diane begint al te zweten enkel en alleen door naar mij te kijken. Terug aan boord verruil ik dus maar snel mijn sweater voor een luchtig T-shirt. Wie had dat vanmorgen gedacht! Een mens mag al eens chance hebben hé?




Meevaren met Rudi en Diane is elke keer weer op en top verwennerij. Wanneer we terugkomen van de wandeling staat er al een verkoelend drankje klaar met een heerlijk hapje.  We zetten ons nog even op het dek in het zonnetje om ervan te genieten. Daarna beginnen Diane en ik aan het avondeten. Ik pel de scampi’s (duurt exact 10 minuutjes) en Diane doet de rest waardoor de beestjes een half uurtje later liggen te pruttelen in een heerlijk sausje. Jullie horen het al, ik word verwend! 



zondag 30 juli 2017

Den Haag - dag 2

Na het ontbijt checken we uit en nemen we opnieuw de trein naar het centrum. Van daar gaan we de tram op in de richting van het Statenkwartier. Deze wijk ademt door de nabijheid van organisaties als het Joegoslaviëtribunaal en verschillende ambassades een internationale sfeer uit. Het is de wijk waar Expats zich al sinds jaar en dag thuis voelen. Het is de duurste wijk van Den Haag met veel mooie opgeknapte artnouveau huizen. 


Den Haag biedt een schat aan indrukwekkende kunst dus laten we ons vandaag inspireren door de bijzondere Haagse musea en prachtige tentoonstellingen. Onze eerste stop is het Gemeentemuseum. Het gele bakstenen gebouw is al een bezienswaardigheid op zich en werd uitgeroepen tot monument. Precies 100 jaar geleden werd kunstbeweging De Stijl opgericht met als belangrijkste vertegenwoordiger Piet Mondriaan. In 2017 viert Nederland daarom feestjaar 'Mondriaan tot Dutch Design' en pakt Den Haag uit met tal van exposities en activiteiten rond deze beroemde kunstenaar. Centraal daarbij staat het Gemeentemuseum Den Haag met de grootste Mondriaan-collectie ter wereld die uit 300 werken bestaat. De tentoonstelling is een avontuurlijke reis door het leven en werk van Mondriaan en ze neemt ons mee langs de metropolen Amsterdam, Parijs, Londen en New York, de steden waar hij zijn geniale brein de vrije ruimte kon geven. We staan ervan versteld dat de kunstenaar zo veel verschillende stijlen heeft uitgeprobeerd. Van donkere, sinistere landschappen naar felgekleurde molens en appelbomen naar rechte lijnen en kleurvlakken tot aan zijn ‘piece de résistente’, zijn laatste meesterwerk en bekend bij ieder van ons, de Victory Boogie Woogie. Het is een vitaal en dynamisch schilderij en ook al hou ik niet zo van het kubisme, het is toch een doek dat boeit. Er zijn ook interactieve mogelijkheden in het museum die vooral kinderen aanspreken maar ook wij halen het kind in ons naar boven en zetten ons op de modeafdeling in een echte Mondriaan outfit. De ganse voormiddag spenderen we in het Gemeentemuseum want het is een immens gebouw. Het is een vreemd museum en de logica gaat soms aan ons voorbij. We hopen dat we alles gezien hebben maar zijn daar hoegenaamd niet zeker van. Er staat geen vooraf geplande route beschreven en het museum heeft drie verdiepingen, te bereiken via traphallen en ruimtes die in elkaar doorlopen. 



Niet ver hiervandaan bevindt zich een prachtig groot plein met enkele banken die ons doen denken aan Gaudi vanwege de vele kleine mozaïeksteentjes. We kijken uit op het meest gefotografeerde gebouw van Den Haag, het Vredespaleis. Hier zetelen het Internationaal Gerechtshof, het enige gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties buiten New York, en het Permanent Hof van Arbitrage. Maar ook de prestigieuze Bibliotheek en de Haagse Academie voor Internationaal Recht zijn hier gehuisvest waar jaarlijks honderden rechtenstudenten uit de hele wereld cursussen komen volgen. Dit prachtige gebouw en de organisaties die er gevestigd zijn, maken Den Haag wereldwijd herkenbaar als stad van Vrede en Recht. Er zijn rondleidingen mogelijk maar die moeten vooraf geboekt worden on line en dat hebben we niet gedaan. We druipen dus terug af en wandelen in de richting van het centrum naar het meest bijzondere museum van Den Haag, Panorama Mesdag.




Hier hangt het indrukwekkende panorama van Scheveningen met vergezicht op de zee, de duinen en het oude vissersdorp dat Mesdag in 1880 schilderde. Het pand waarin dit panorama is aangebracht, werd speciaal voor de schildering gebouwd. In het centrum van het gebouw is in een rotonde een kunstmatig duin opgeworpen. Het cilindrische doek heeft een omtrek van 120 meter en een hoogte van 14 meter. Het licht dat door de glazen koepel in het dak naar binnen valt, speelt op geraffineerde wijze met de luchten van het panorama. We kijken 360º in het rond en ondergaan de magische illusie van de zinsbegoocheling want het lijkt net of we staan buiten naar het landschap te kijken. De overgang van kunstduin naar de schildering is fenomenaal. Het doek werd door de kunstenaar in vier maanden geschilderd, waarbij hij steun kreeg van enkele collega's, waaronder Breitner. Een niet te missen museum als je in Den Haag bent! 



Ondertussen is het al bijna drie uur en hebben we nog steeds niets gegeten. Tijd dus om de innerlijke mens te versterken. Op het Plein lopen we binnen bij Luden waar we een super lekkere pasta eten die zeker voor herhaling vatbaar is! We besluiten nadien gewoon wat door de straatjes van Den Haag te kuieren want de zon is weer van de partij en alle winkeltjes zijn open.  Noordeinde vinden wij een prachtige straat. Het is dé koninklijke straat omdat zich daar het werk en ontvangstpaleis van koning Willem Alexander bevindt maar er zijn ook tal van vooraanstaande galerieën en de kunst die er tentoongesteld wordt, is soms echt wel heel erg mooi.



Nog een laatste stop bij de Wiener Konditorei voor een abrikozen- en appelstrüdel. Heerlijke afsluiter van een schitterend weekendje Den Haag. Via de prachtige moderne gebouwen in de stationsbuurt, wandelen we terug naar perron zes waar we opnieuw de trein nemen naar ons hotel in Voorburg. 



zaterdag 29 juli 2017

Den Haag - dag 1

Opnieuw een weekendje naar onze noorderburen. Deze keer wordt het Den Haag, ook wel de stad achter de duinen genoemd die zich kenmerkt door Parlementaire gebouwen en paleizen en de kust natuurlijk. We logeren in het Mövenpick Hotel. Dit 4 sterren hotel ligt eigenlijk in de charmante voorstad Voorburg op slechts 4 min rijden van Den Haag Centrum. Bij aankomst krijgen we te maken met een overwerkte receptioniste. ‘Er staat te veel volk om in te checken dus kom vanmiddag maar terug’, zegt ze. Ja, Hagenaars of Hagenesen (hoe noem je ze eigenlijk) zijn over het algemeen relaxed, down to earth en direct. We laten dus onze auto achter in de parking en nemen een trein richting het centrum. Van Voorburg naar Den Haag Centraal is exact 4 min dus dat valt reuze mee. 

Den Haag is een stad met vele gezichten. Internationaal vanwege de vele expats, dorps vanwege de gemoedelijke sfeer, druk vanwege het stadsleven en rustig in de parken en de duinen. In Den Haag kan alles, maar hoeft niets. Dat vind ik heel fijn. Vermits we nog nooit in Den Haag geweest zijn, moeten we natuurlijk de highlights van de stad bezoeken. Bij het buiten komen van het station, botsen we op enkele dames die Den Haag aan het promoten zijn. We vragen hen om een plan van de stad en informeren gelijk naar de frituur van Sergio Herman. Sergio wie? zegt de dame. Onbegrijpelijk we hebben ze gevonden, een Hollandse die nog nooit van de Nederlandse sterrenchef gehoord heeft. 

De verschillende pleinen, straten en markten van de Haagse binnenstad ademen elk een eigen sfeer. Koninklijk klassiek met prachtige oude paleizen en woningen, maar ook vernieuwend met moderne architectuur, kunst en galerijen.

Op weg naar het Mauritshuis passeren we de Wiener Konditorei, een koffiehuis dat al sinds 1934 bestaat en noch het interieur, noch het overheerlijke Weens gebak zijn wezenlijk veranderd. Het is nog altijd in handen van dezelfde Weense familie. Het water komt me in de mond maar vermits het bijna middag is, laten we deze lekkernijen aan ons voorbij gaan. Misschien passeren we hier morgen nog wel eens. We lopen rechts een prachtig plein op en hebben van hieruit een ongelofelijk zicht op de skyline van Den Haag. De majestueuze buildings steken boven de pittoreske huisjes uit.




Het Mauritshuis, een monumentaal gebouw aan de hofvijver was ooit het stadspaleis van Johan Maurits van Nassau. Het biedt al bijna 200 jaar onderdak aan een uitgebreide kunstcollectie. Hier kan je het wereldberoemde schilderij van Vermeer ‘Het meisje met de parel’ bewonderen. Wanneer we er passeren, schijnt de zon volop dus besluiten we hier niet binnen te gaan. Via het beroemde toegangspoortje op het historische Binnenhof stappen we midden in het hart van de democratie. Dit is dé plek waar de belangrijkste gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis van Nederland zich afspeelden maar ook waar toekomst wordt gemaakt. 


Midden op het Binnenhof staat een neogotische fontein, die eind 19e eeuw werd geschonken door vooraanstaande Hagenaars als blijk van waardering voor de renovatie van het Binnenhof. De vergulde waterspuwers zien er uit al uitgemergelde windhonden maar ik vind ze prachtig. Via een  ander poortje komen we op het Buitenhof waar we naast ons de prachtige vijver zien. Ondertussen hebben we honger gekregen en we hebben de straat waar Sergio zijn frituur heeft, zelf al gezocht en gevonden. Ik ben al zo lang benieuwd naar hoe de gastronomische luxe frieten van Sergio smaken. In Frites Atelier Den Haag gelukkig geen lange wachtrijen zoals in Antwerpen. Het is er erg rustig en van zodra we 1 voet binnenzetten, worden we al bediend door een vriendelijke jongeman. Mijn pakje friet met indo peanut saus, een beetje limoenrasp en gedroogde uitjes is niet slecht. De frietjes zijn best knapperig en niet te vet en de saus is zoals een pindasaus moet zijn, lekker zoet. De naam Sergio Herman zorgt ervoor dat we best veel moeten betalen voor ons pakje friet. Bijna 6 euro, is dat het waard? Ja zeker, al moet ik zeggen dat ik een gewoon pakje friet van de frituur bij mij om de hoek even lekker vind. Alleen de persoonlijke aanpak maakt de beleving hier gewoon anders.



Met ons buikje vol wandelen we even door de Haagse Bluf, het winkelparadijs van Den Haag. De  gezellige winkelstraten zijn helemaal autovrij en dat is fijn. Haagsche Bluf herbergt kopieën van bestaande oude gevels in Den Haag en Delft, één ervan is de originele gevel van de gesloopte distilleerderij de Ooievaar aan de Hooftskade. Een aantal oude gevels is vervangen door moderne van glas. Er is een mooie gaanderij 'De Passage’ genoemd. Hier moeten we toch even doorlopen want deze 19de eeuwse overdekte winkelstraat staat niet voor niets op de UNESCO lijst van monumenten. Het is een schitterende, meer dan 120 jaar oude, overdekte winkelpassage met vier statige entree's. Wat onmiddellijk opvalt is de prachtige vloer en de lichtinval van de glazen koepel. 

We wandelen daarna opnieuw in de richting van de prachtige hofvijver naast het Binnenhof. In tegenstelling tot wat de term vijver doet vermoeden, is de Hofvijver van oorsprong een natuurlijk duinmeer. Een mooi stukje natuur midden in de stad. De vijver heeft een klein eilandje in het midden en is omringd door prachtige bloemen. Van hieruit hebben we een mooi zicht op het torentje. Het achthoekige gebouw aan de Haagse Hofvijver dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de veertiende eeuw en was oorspronkelijk bedoeld als zomerprieel voor de graven van Holland. Sinds 1982 bevindt zich in het Torentje de werkkamer van de minister-president van Nederland. Het wordt daarom vaak naar de huidige premier genoemd.



Dit deel van Den Haag is allesbehalve saai want in het Hofkwartier wanen we ons een beetje in Parijs. In de smalle knusse straatjes rondom het Noordeinde lijkt iedereen elkaar te kennen en heerst er haast een dorpse sfeer. Hier bevindt zich het voormalig winterpaleis van koningin moeder Emma en het werkpaleis van koninginnen Juliana en Beatrix. Nu is dit pand met gouden balkon het Escher museum. Deze kunstenaar weet iedereen te boeien met zijn wonderlijke wereld. Hij laat in z'n werk water omhoog stromen, vogels in vissen veranderen en mannen eindeloos dezelfde trap op- en aflopen. Met honderddertig werken zijn bij museum Escher in het Paleis bijna alle stukken van de wereldberoemde Nederlandse kunstenaar M.C. Escher (1898-1972) te zien. Met als hoogtepunt de 7 meter lange Metamorfose III. Deze enorme houtsnede en zijn bijzondere opstelling laat de kijker de Escher koppeling ervaren van eeuwigheid en oneindigheid waardoor tijd en ruimte verenigd zijn tot een organisch geheel.



Via een imposante trappenhal betreden we de tweede etage waar we letterlijk Eschers’ magische wereld inwandelen. Door de interactieve attracties leren we kijken zoals Escher: in een glazen bol verschijnen en verdwijnen objecten. In een zaal lijken muren te veranderen en te bewegen, iets verderop ligt een spannende vloer! We spelen met perspectief: kinderen lijken groter dan hun ouders. Heel bijzonder is de zaal met optische kunst. We denken beweging te zien, terwijl die er niet is. Het gaat hier om gezichtsbedrog. Een indrukwekkend museum op een prachtige locatie. 


Bij het buitenkomen, schijnt nog steeds de zon dus vervolgen we onze weg door het Quartier Latin van Den Haag. Op de oude Dennneweg en het gebied eromheen zijn er veel antiekwinkeltjes. Hier proeven we de sfeer van het oude Den Haag. In het straatbeeld veel dure auto's, Haagse dames met grote zonnebrillen en hoge hakken. Wanneer we ons neerzetten op een terrasje om iets te drinken, worden we aangesproken door een ietwat excentrieke dame. Ze is, naar eigen zeggen, door haar minnaar op straat gezet en is een beetje tipsy. Aanvankelijk beantwoorden we haar vragen maar al snel laten we ze voor wat het is en maken we ons uit de voeten. 


Via de paleistuin wandelen we naar één van de gezelligste stadswijken van Den Haag, het Zeeheldenkwartier. Gelegen aan de rand van de Haagse binnenstad, is dit de buurt waar je veel authentieke winkeltjes, sympathieke restaurantjes en cafés, zonnige pleinen en prachtige jugendstilpanden vindt. Geen wonder dus dat het Zeeheldenkwartier enorm geliefd is bij de Haagse locals. Het Zeeheldenkwartier ontstond aan het einde van de 19e eeuw toen de bevolking van Den Haag sterk groeide. Het voormalige landelijk gebied, grotendeels eigendom van koningin Anna Paulowna, werd na haar dood omgevormd tot een woonwijk. Aan het Anna Paulownaplein zetten we ons weer op een terrasje voor een lekkere cappuccino. 



Via de Toussaintkade met zijn statige huizen wandelen we opnieuw de Paleistuin in. Vroeger was dit kleine stadspark de achtertuin van Paleis Noordeinde. Nu is het openbaar en grenst het aan de koninklijke stallen waar nog steeds de paarden van de koninklijke familie staan. Van hier vertrekt op Prinsjesdag de gouden koets. Jammer genoeg is het beginnen regenen en dat maakt een wandeling in dit mooie rustige parkje toch net dat ietsje minder leuk. We besluiten op zoek te gaan naar een Indonesisch restaurantje. We denken dat te vinden in Chinatown. Ja, ook Den Haag heeft een Chinatown. Hier horen we overwegend chinees en zelfs de straatnamen zijn met Chinese karakters aangegeven. De wijk bestrijkt maar een klein gebied en bevindt zich, net als bij ons, tussen twee poorten. We wandelen een Chinese winkel binnen met allerlei hebbedingetjes en laten onze natte paraplu’s achter aan de ingang. Wanneer we terug aan de deur komen, zie ik net een dame bukken om er met mijn paraplu vandoor te gaan. Ik verhef mijn stem en zeg haar dat dat mijn paraplu is waarop ze naar Greta’s paraplu grijpt. En die is ook van mij, roep ik haar toe. Ze mompelt tussen haar tanden ‘inch hatte auch zwei änliche Regenschirmen’. Toevallig niet? Ze zoekt echter niet verder naar haar twee paraplu’s en verlaat de winkel zonder. Het lef dat sommige mensen hebben, ongelofelijk! Vermits we geen Indonesische restaurantjes tegenkomen, besluiten we maar om de trein terug te nemen naar ons hotel en daar iets te eten. 


Sommige plekken sluit je voor altijd in je hart. Den Haag is er zo een! Dat weet ik al na de eerste dag. Hopelijk schijnt morgen opnieuw de zon zodat we deze prachtige stad verder kunnen ontdekken. 


zondag 16 juli 2017

Dagje Sluis

Vandaag ga ik een dagje naar het kleine vestingstadje Sluis. Dit dorpje is gelegen tussen de zee en Brugge waar ieder kwartier Jantje van Sluis hoog in de toren van het Belfort de klok luidt. Het gezellige stadscentrum dat tussen de stadswallen ligt, krioelt van de kapperswinkeltjes en dat is ook de reden van mijn komst. Maar het is ook een gemoedelijk en sfeervol winkelstadje en dus de ideale plek om wat bij te kletsen met een vriendin.


We hebben nog niet gegeten dus zetten we ons op een terrasje voor een kippetje met frietjes - ja als Ann en ik op stap zijn, moet dat beestje er altijd aan geloven. We love chicken! Nadien geeft Ann me een lesje in zuinigheid en doet me ineens 4 liter  shampoo en 4 liter conditioner kopen - veel goedkoper in grote bussen dan in de kleine bussen die ik normaal koop. Dat ik daar nog nooit aan gedacht heb! 


Het weer is een beetje overtrokken maar dat is een goed excuus om lekker te kuieren door de aangename winkelstraten van Sluis. Bij een middagje shoppen hoort uiteraard de gezelligheid van een terrasje. In de Molen van Sluis, De Brak verwennen ze de innerlijke mens graag met allerlei lekkers. Een prima stop dus voor een dessertje! Het is een korenmolen uit 1739 en het was de eerste stenen stellingsmolen in deze streek. De molen dankt zijn naam aan het Franse jachthondenras ‘Braque’. Van jachthonden is geweten dat zij hun neus in de wind steken bij het jagen, net zoals de molen zijn wieken tegen de wind richt voor een optimaal rendement. Het is hier moeilijk kiezen tussen al dat lekkers. Gaan we voor artisanale molenaarspannenkoeken, poffertjes, hartenwafels, appeltaart, beignets, een zoete appelbol of een prachtige ijscoupe? Er staat huisgemaakte aardbeientaart op de kaart. Die ziet er niet alleen hemels uit, zo smaakt ze ook. 



Plots zie ik een bekend gezicht aan het tafeltje naast ons. Sonja, mijn oude lerares naad heeft me direct herkend en kan haar enthousiasme even niet de baas. Het hele terras kijkt ons aan maar ze trekt zich er niets van aan. Nog steeds dezelfde gezellige madam die me prompt een uitnodiging geeft voor haar volgende vernissage want ze is nog steeds met kunst bezig. Ik beloof haar zeker een kijkje te komen nemen in Oostende. 


Volgens mij zie ik er heel 'buitenlands' uit want de man die komt afrekenen spreekt me aan in het Engels, even later in het winkeltje van de molen word ik aangesproken in het Frans. Even stel ik me de vraag of we wel in Nederland zijn. Maar wanneer Ann hem vriendelijk begroet in het Nederlands, blijkt hij haar toch te verstaan. Wij komen even niet meer bij van het lachen.


Aan de Groote Markt staat de blikvanger van Sluis, het stadhuis. Dit stadhuis is als enige voorzien van een belfort, een versterkte toren met vier hoektorentjes. Het is gebouwd in 1375 en verschillende keren verwoest. Sinds 1960 is het weer in oorspronkelijke staat in gebruik genomen. Hier bevindt zich een prachtig interactief museum - echt een aanrader wanneer jullie het vestingstadje nog eens bezoeken. Het indrukwekkende interieur van de Raadszaal en de burgemeesterkamer doet ons even wegdromen naar de 15de eeuw. We kruipen ook even in de huid van de beroemde Sluizenaar, schoolmeester en stadsarchivaris Johan Hendrik Van Dale. Spelenderwijs komen we allerlei feiten te weten over woorden, taal en dialecten. Het beklimmen van de 142 treden van de Belforttoren is ook wel plezant. De wenteltrap maakt ons een beetje dizzy maar van hierboven hebben we een prachtig zicht over Sluis en het Zeeuws-Vlaamse landschap. Het is wel even vechten met de rode deurtjes want elk deurtje moeten we achter ons sluiten alvorens verder te wandelen en de sloten doen het niet allemaal even goed. 


Op het Walplein staat onder de lindebomen de buste van Johan Hendrik Van Dale. Sluis is namelijk de geboortestad van de heer Van Dale. Hij is dé samensteller van het eerste Groot Woordenboek der Nederlandse Taal maar iedereen kent het beter onder de Dikke van Dale. Ieder van ons heeft zeker menig woordje opgezocht in ‘zijn’ boek maar jammer genoeg heeft hij de voltooiing ervan niet meegemaakt.


Ondertussen is het weer helemaal omgeslagen en schijnt de zon volop. Ann heeft het lumineuze idee om het water op te gaan met de waterpedalo. Voor slechts 3,75 euro fietsen we langzaam langs de prachtige fontein op de Damse Vaart en zien we Sluis eens vanaf het water. Het is wel even wennen want willen we naar rechts dan moeten we naar links sturen en omgekeerd. We trainen dus niet enkel ons evenwicht maar ook onze motoriek. Even geraken we in de problemen wanneer we rechtsomkeer moeten maken en er een meute toeschouwers ons vanop de kade toespreekt hoe we dat dan moeten doen. We krijgen de slappe lach en botsen meermaals tegen de kademuur. Uiteindelijk lukt het ons om toch terug de juiste koers te varen. 



Terug aan land besluiten we het drukke stadscentrum even achter ons te laten en starten we een aangename wandeling over de stadswallen. Van hieruit zien we de prachtige uitgestrekte natuur van dit gebied en we passeren zelfs enkele galloway koeien. Hier, ver weg van de massa, komen we helemaal tot rust. Het perfecte einde van een zalig dagje bij onze noorderburen! 


vrijdag 30 juni 2017

Mykonos - Afscheid van Panormos

Verschrikkelijke nacht! De brandende zon van gisteren heeft ervoor gezorgd dat ik een kleine zonnesteek heb opgelopen. De oververhitting ging over in barstende hoofdpijn en ondanks de airco kwam er geen verkoeling. Vandaag laatste dag in het bloedhete Mykonos dus uit de zon blijven is de boodschap. Na het ontbijt pakken we de koffers en genieten we in de schaduw nog wat van deze mooie setting. Zelfs hier is het 38 graden en het duurt dan ook niet lang of de oververhitting slaat opnieuw toe. De lokale bevolking noemt Mykonos ook wel 'Het eiland van de wind' maar de voorbije dagen deed het weer deze uitspraak geen eer aan. 


Rond 1 uur gaan we voor een laatste maal lunchen in het restaurant van ons hotel om vervolgens te wachten tot 3 uur wanneer het busje van Thomas Cook ons komt ophalen. Het was een super vakantie! Griekenland blijft toch een topper met die prachtige zee, blauwer dan blauw, pittoreske baaien met dobberende bootjes, de fotogenieke witte dorpjes, die diepgewortelde cultuur, dat heerlijke zonnetje, de prachtig bloeiende bougainville, dagverse vis op het menu en zo kan ik nog wel even door gaan. En dan vooral de Cycladen, die zien eruit zoals het Griekenland van de ansichtkaart.


Wanneer we terug mijmeren over de laatste veertien dagen en de balans opmaken, kunnen we met stelligheid zeggen dat Naxos ons het meest kon bekoren. Het ruige binnenland, de historische tempels en smalle straatjes werden afgewisseld met fruitbomen, panoramische vergezichten en gezellige restaurantjes. De boulevard in Naxos Stad met uitzicht op de Tempel van Apollo en de haven waar het naarmate de zon verder in de zee zakte steeds gezelliger werd, is uitermate geschikt om het vakantiegevoel vast te houden. Hier kan je nog het échte Griekenland voelen, ruiken en proeven! Bovendien zijn de mensen hier ook super vriendelijk.


Santorini is mooi en zeker uniek door de stad Thira, die op de rotsen werd gebouwd maar is veel te toeristisch en te artificieel geworden in vergelijking met 30 jaar geleden. De bussen voornamelijk Aziatische toeristen die dagelijks het eiland overspoelen, hebben ervoor gezorgd dat de authenticiteit volledig verdwenen is. In Thira vind je bijna nergens nog een typisch Grieks restaurantje. Alles is afgestemd op de buitenlanders, de pizza- en hamburgertenten overheersen. De afdaling naar de oude haven is een ervaring, 500 treden naar beneden via een smalle, geplaveide straat. Een aanrader voor iedereen die naar Santorini gaat. 


Op Mykonos is er buiten de betoverende hoofdstad met zijn authentieke schoonheid niets te zien. De stad zelf is gezellig, heeft een ontwapenende charme met een paar unieke plekjes. In Klein Venetië spatten de golven tegen de kade en maken het tot een unieke plek om te vertoeven. Maar volgens ons is Mykonos meer geschikt voor een dagtripje vanuit één van de andere eilanden, tenzij je een zon, zee, strand type bent want dan is Mykonos een paradijs met tal van prachtige baaien waar je nog rustig kan zonnen. 


donderdag 29 juni 2017

Mykonos - Delos

Na een zalige nacht, genieten we uitgebreid van het ontbijt omdat we nog moeten overleggen wanneer we wat gaan doen vandaag. Er is geen zuchtje wind en de temperatuur is om 9 uur al ver de 30 voorbij. Vandaag is het de warmste dag van onze vakantie en uitgerekend nu besluiten we naar Delos af te reizen. De dame van de receptie verklaart ons gek want het wordt vandaag ‘lava hot’ zegt ze, maar zo zijn we nu eenmaal. Het is onze laatste dag en dat willen we toch niet missen. Wanneer we terug op de kamer komen, neem ik de uurregeling voor de boten naar Delos er even bij. Wat blijkt, er zijn er minder dan we dachten. Het is of de boot van 10 uur of die van 17 uur. Daartussen is het blijkbaar siësta voor de veerboten. We kijken op de klok en het is half 10, paniek, zouden we dit nog halen? We aarzelen geen moment en vertrekken richting haven waar we de auto parkeren. Van daaruit moeten we wel nog even stappen naar het eind van de wandeldijk. Net op tijd, moe en oververhit komen we aan bij de ticket balie. Het is 2 voor 10! Wanneer we op de boot zitten, worden de trossen gelost en zetten we koers naar het buureiland Delos. De vaartijd bedraagt ongeveer 40 minuten. Het is zalig op de boot want hier is wel een windje. Naast mij zit een Italiaanse dame die zo klaar is voor de catwalk. Haar blauwe sandalen met torenhoge hakken passen helemaal bij de Griekse sfeer, ware het niet dat we op weg zijn naar een archeologische site waar de wandelpaden er waarschijnlijk niet zo mooi bijliggen. 

 

In de 7e eeuw v. Chr. werd Delos heiligverklaard en werden er tal van tempels, theaters en paleizen gebouwd, waar we nu de opgravingen van kunnen zien. Het eiland is sinds het begin van onze jaartelling onbewoond en is de enige grote archeologische site in het hart van de Cycladen. Hier werden Apollo (god van muziek en licht) en zijn broer Artemis geboren en het is een bezoekje meer dan waard wanneer je wat meer over de geschiedenis van Griekenland wil weten. Thomas Cook biedt deze uitstap ook aan voor 50 euro maar wij betalen slechts 26 euro, toch een klein verschilletje. We hebben wel geen gids bij natuurlijk maar dat vinden wij juist leuker, dat we vrij kunnen rondlopen en alles zelf kunnen ontdekken. We krijgen een plan aan de ingang en dat is geen overbodige luxe want de site is verschrikkelijk groot. Delos is opgedeeld in zes grote delen waarvan het eerste het heiligdom van Apollo is. Daar starten we en we passeren het Agora van de Competaliasts, wat veel weg heeft van een rond altaar en het Artemision met drie zuilen die het heiligdom van Artemis aangeven. 

 

Bij de leeuwen van Naxos die alle vijf statig over de site uitkijken, blijven we even hangen. Dit zijn wel replica’s. De echte leeuwen worden tentoongesteld in het museum om ze te beschermen tegen de weersomstandigheden. Desalniettemin is dit toch één van de hoogtepunten van de site. Er is nergens schaduw dus het is best wel een hele opgave om er in rond te lopen. Het is op z’n zachts gezegd zeer intensief. We slaken een zucht van verlichting bij elk zuchtje wind dat er passeert al is dat miniem want het is zo goed als windstil. In het midden van de site was er vroeger een prachtig meer maar daar zie je nu jammer genoeg niets meer van. Het water is opgedroogd en alles is overwoekerd door planten. Indrukwekkend vond ik vooral ‘the lake house’. Oorspronkelijk was het huis twee verdiepingen hoog maar nu rest ons enkel nog de onderste verdieping. De hoge zuilen binnenin omringen een prachtige in mozaïek betegelde vloer. De grandeur van de plaats spreekt boekdelen over de rijkdom destijds. 

 

Mama die eigenlijk niet in de zon mag komen, besluit op het terras van het enige café op de site te blijven zitten terwijl papa en ik het oosten van de site gaan bekijken. Een steile weg over ruw terrein leidt ons naar de Dorische tempel van Isis die hoog boven op de berg Kythnos staat. Van hieruit hebben we een prachtig zicht over de volledige site en de zee. Het zweet loopt in beekjes van onze rug en benen. Laat het nu dat zijn wat die vervelende kleine vliegjes die hier wonen zo lekker vinden. Mijn enkels zijn hun favoriete jachtterrein en binnen de kortste keren sta ik vol met beten die verschrikkelijk jeuken. Ik haat die rotbeesten! 

 

Om half 2 vertrekt de boot terug naar het vasteland dus komen we terug naar beneden om mama op te pikken. Samen slenteren we voorbij de vele fundamenten van talrijke heiligdommen, alsook het monument van Carystius. Dit valt op omdat het hoog op een sokkel staat en het lijkt wel een bloot achterwerk volgens papa, ook al zegt hij het op een andere manier. 


De zon staat pal boven ons dus is er nergens schaduw op de boot. Mama gaat beneden zitten terwijl ik en papa toch de zon trotseren en met de haren in de wind boven op het dek genieten van de zilte zeelucht. Wanneer we Mykonos naderen, zien we in de verte de vijf windmolens al verschijnen. De kleine witte huisjes die mooi afsteken tegen de felblauwe lucht worden stilaan groter en de kleurcontrasten met de prachtige bougainville en oleanders worden zichtbaar. Wanneer we iets na twee voet aan wal zetten, hebben we allemaal honger. We besluiten opnieuw naar Popolo te gaan voor een lekker broodje en hun overheerlijke appeltaart. Daarna slenteren we nog wat tussen de boetiekjes in de smalle straatjes want hier is het een pak frisser - 40 graden ipv 50 graden in de volle zon! We hebben dorst dus halverwege onze wandeling naar de auto zetten we ons op een terrasje aan de waterkant. Wat is fijner dan op een Grieks eiland langs de kade bij een taverna een glas te drinken terwijl de visjes in het kristalheldere zeewater vrolijk ronddartelen? De plaatselijke don corleone kijk toe of alles wel naar wens verloopt.

 

Vanavond dineren we bij Kalosta want het is onze laatste avond en dan mag het wat sjieker. We reserveerden een plaatsje om half 8 op hun prachtige terras met uitzicht over de baai van Panormos. In tegenstelling tot vorige keer is de tapenade niet zo lekker want er zit parmezaan in. Gelukkig zijn de voorgerechtjes wel lekker - groenten loempia en inktvisringen. Als hoofdgerecht nemen we alle drie de souvlaki van kip, een echte Griekse grill schotel om in stijl af te sluiten. Tegen dat we teruggaan naar de kamer is er eindelijk een zuchtje wind maar het is toch de airco in de kamer die ons weer goed doet ademen.

woensdag 28 juni 2017

Mykonos - Ano Mera en de vuurtoren

Vandaag hebben we een auto besteld. Ook al had ik een fiat panda gevraagd en was dat zeker geen probleem voor de verhuurder, toch komt ze af met een subaru. Op zich geen probleem want het is ook een klein autootje, geen overbodige luxe op deze smalle wegen. Na het ontbijt vertrekken we in de richting van Ano Mera, het enige echte dorp op Mykonos, met uitzondering van Mykonos stad, waarvoor het eilandje zo populair is. Ten opzichte van de meeste Griekse eilanden heeft Mykonos minder typische toeristische trekpleisters en dat ontdekken we al snel.


Overal op het eiland zien we de spierwitte huisjes tegen een felblauwe lucht. Grappig is dat al deze huisjes dezelfde vorm hebben, namelijk die van een kubus. Het lijken wel prefab woningen die neergezet en vervolgens geschilderd worden. Behalve de vele witte huisjes zien we hier ook verschillende molens die het eiland typeren. Mykonos afficheert zich als een kosmopolitisch eiland, maar de jaren waarin het door Jacky Onassis en de rest van de internationale jetset werd bezocht liggen alweer ver achter ons. Ook de trendy homoscene heeft al lang elders een onderkomen gezocht.


Waar Mykonos-Stad omschreven kan worden als een moderne badplaats, is Ano Mera eerder traditioneel te noemen. Cultuurliefhebbers zijn aan het goede adres bij het 16e-eeuwse klooster Panagia Tourlianis met zijn indrukwekkende klokkentoren en marmeren fontein. Het werd in 1542 gesticht door twee monniken en in 1767 gerestaureerd. Het bezit een collectie hele mooie Byzantijnse iconen. Het klooster had eerst een andere naam maar nadat in de omgeving van Tourlos op mysterieuze wijze een icoon van de Heilige Maagd Maria werd gevonden, veranderde men de naam in Panagia Tourliani (de heilige Tourlos). Bij het binnenkomen van het dorp ligt het klooster aan de linker kant. We moeten 1 euro inkom betalen aan een oude Griekse vrouw met een grappige keukenshort aan. Ze valt er een beetje uit de toon maar is onmisbaar voor de inkomsten van het klooster. Men zou denken dat ze daar niet rijk van wordt maar als je ziet hoeveel volk er door de deur komt en samentroept op het binnenplein, zou je versteld staan. 

 

Er is geen zuchtje wind en al snel zijn we oververhit want nergens is er een schaduwrijk plekje. We wandelen naar het grote dorpsplein, het kloppende hart van Ano Mera. Hier zijn er allerlei traditionele tavernes en gaan we op een typisch terrasje zitten met blauwe tafeltjes en dito rieten stoeltjes. Water smaakt nergens zo goed als hier! Het is verfrissend en gezond. Daarna slenteren we wat door de weinige straatjes die het dorp rijk is en krijgen het gevoel dat de tijd hier heeft stilgestaan. Het is een van de weinige onbedorven stukjes van het eiland, maar op veel plekken hoor je de hele tijd het gezoem van de nabijgelegen hoofdweg van Mykonos stad naar de zuidoostelijke stranden.


We stappen terug in de auto en rijden vervolgens naar Agios Sostis in het noorden van Mykonos. Hier bevindt zich een strandje, vernoemd naar een nabijgelegen kerkje. Jullie vragen jullie waarschijnlijk af, wat gaat de familie Stiphout daar doen? Wel, op internet heb ik gelezen dat ook al ben je geen zon zee strand liefhebber, je er zeker naartoe moet om te lunchen bij Kikis Tavern, het kleinste maar mooiste restaurant ter wereld. Agios Sostis Beach is vrij ongecultiveerd en vroeger heel erg rustig maar nu dus niet meer, waarschijnlijk omdat iedereen op internet gelezen heeft dat het er zo goed is bij Kiki's. Wanneer we er aankomen staat er een rij van wel 20 mensen te wachten. De eigenaar vertelt ons dat we de eerste shift al mogen vergeten. Hier twee uur wachten zien we niet echt zitten dus besluiten we terug te rijden naar Ano Mera. 

 


Wanneer we de splitsing tegenkomen waar de weg zich rechts naar Mykonos stad en links naar Ano Mera afbuigt, maak ik de verkeerde beslissing. Een uurtje geleden stond ik hier bijna 4 min alvorens ik naar links kon vanwege het vele verkeer en de steile helling waarop je moet wachten. Deze keer denk ik slimmer te zijn en draai naar rechts want dat is met het verkeer mee en dat gaat sneller. Wat verderop ga ik dan omkeren. Het noodlot slaat toe, ik zie niet dat er een diepe put is naast de weg en met een smak komt de voor- en onderkant van de wagen tegen de grond terecht. De knal is enorm maar de auto rijdt nog. Aangekomen in Ano Mera zien we niet echt iets aan de auto en er lekt ook geen olie uit. 


Helemaal van mijn melk, parkeer ik de auto en wandelen we terug naar het dorpsplein om iets te gaan eten. Onze keuze gaat naar To Steki tou Proedrou op het centrale pleintje waar we een mooi uitzicht hebben op de kerktoren. We worden ontvangen door 2 oude Griekse mannen waar menig ober in een hippe tent wat kan van leren. De kaart bevat alle Griekse specialiteiten, homemade door moeder de vrouw die de ganse dag in de keuken staat. Een aanrader voor ieder die lekker Grieks wil eten.

 

Vanaf verschillende plekken op het eiland heb je bijzondere uitzichten. Neem bijvoorbeeld de Armenistis vuurtoren aan de noordwestkant van Mykonos. Vanaf dit punt kijk je niet alleen uit over de prachtige blauwe Egeïsche zee, maar zie je ook het buureiland Tinos liggen. Het landschap is woest, ongerept en heel erg mooi. Een eenzame bloem, als je een distel zo kan noemen, bloeit tussen de rotsen. De vuurtoren zelf is volledig verlaten en vervallen maar heeft toch iets machtig. Wanneer we terug naar de auto wandelen die wat op een helling staat, zie ik er aan de onderkant een serieus stuk plastiek uithangen. Al snel is duidelijk dat de beschermplastiek aan de onderkant van de auto volledig gescheurd is en loshangt. Mijn maag draait om - dat ziet er niet goed uit! Papa relativeert en zegt dat hij dat wel kan vastmaken zodat ze dat niet zien maar wie weet wat er nog geraakt is. Onze franchise is 300 euro maar of dat ook geldt voor de onderkant van de wagen, dat betwijfel ik. We besluiten terug naar ons hotel te rijden en te zien of we er iets aan kunnen doen als de zon wat is gaan liggen want nu is dat onbegonnen werk.

 


We passeren nog even langs het grote waterbekken, niet ver van Panormos waar het water gedurende de winterperiode wordt opgevangen om de hete zomer op Mykonos te overbruggen. Het is enorm en er is er verder op het eiland nog één. Volgens de taxichauffeur die ons de eerste dag naar het hotel bracht, is dit bekken tegen het einde van de zomer zo goed als leeg. We kunnen het ons nu niet echt voorstellen. 


Terug in het hotel worden de emoties me wat te veel en komen de tranen. Nu is het mama die relativeert, we zijn niet in een ravijn gereden, we leven nog … maar toch. Ik besluit mijn zinnen wat te verzetten en neem een duik in het zwembad. De verfrissing doet deugd maar het voorval blijft in mijn hoofd hangen. Na overleg, besluiten we toch het verhuurbedrijf te bellen en ons van den domme te houden. De eigenaar Nikos komt persoonlijk kijken en ik heb een knoop in mijn maag wanneer hij zich bukt voor de auto. Hij zegt droog ‘oh dat is gewoon de bescherming, geen probleem jullie kunnen daar gewoon mee rijden zene’. Ik sta perplex - typisch Grieks zeker? Hij stelt zelfs voor om zijn wagen te nemen en dan rijdt hij met de onze terug. Deze is echter splinternieuw en een groter model dus besluiten we dat maar niet te doen. We vragen wat er gebeurt als we het plastiek helemaal verliezen, ‘tja dan is het weg hé’, zegt hij. Onbegrijpelijk! Wanneer hij weg is, probeert papa met een touwtje de plastieken beschermplaat vast te maken en wat omhoog te trekken. Dat lukt! Toch al iets geruster, gaan we ‘s avonds opnieuw eten in het restaurant van het hotel. Ik ben toch blij dat we met de verhuurder gesproken hebben zodat ik niet heel de nacht hoef te piekeren.  


dinsdag 27 juni 2017

Mykonos - Mykonos Stad

Nooit meer zoveel alcohol voor mij pfffff. Eerste deel van de nacht was verschrikkelijk. Gelukkig dan toch in slaap gevallen. Vanmorgen zalig doucheke en nu kan ik er weer tegen. We hebben ook geluk wat het ontbijt betreft want dat wordt geserveerd in buffet vorm en er is keuze genoeg! Vandaag nemen we de plaatselijke bus naar de hoofdstad, zonder twijfel het hoogtepunt van Mykonos. Voor ons vroege vogels, rijdt de eerste al veel te laat, namelijk pas om 11 uur maar het is niet anders. De dame van de receptie begrijpt er niets van. ‘Ga toch zwemmen ipv in een warme stad rond te lopen’, zegt ze. ‘Dat is echt niet goed voor je ouders’. Tja als je een jaartje ouder wordt, dan moet je natuurlijk wat oppassen maar wij zijn geen zwemmers en willen iets zien. 

De bus brengt ons binnen de 15 min naar de oude haven. Van hieruit is het slechts 5 min wandelen naar het pittoreske stadje dat gekenmerkt wordt door witte huisjes, felgekleurde balkons, eindeloos veel kerken en koepeltjes. Het centrum is een labyrint van straatjes, nauwelijks een paar meter breed en gelukkig verkeersvrij, al veegt menig Griek daar zijn voeten aan. De bedoeling was dat piraten in dit labyrint zouden verdwalen. De luiken en deuren van de fris witte huisjes staan strak in de blauwe, rode en groene verf. Hier en daar overspannen druivenranken de smalle straatjes. Bougainville licht op onder de zonnestralen.

 

De smalle kronkelige straatjes zijn volgepropt met boetiekjes maar de drukte valt nog mee in vergelijking met de hoofdstad van Santorini. We wandelen tot bij de bekende windmolens van Mykonos die vroeger gebruikt werden voor het malen van graan en die een rol speelden in de film ‘The Bourne Identity’. Deze liggen aan het water op een klein heuveltje en zijn de hoofdattractie van het eiland. Mij vallen ze een beetje tegen, misschien had ik er wat te veel van verwacht. De setting is nogal rommelig en vuil.  De taberna ernaast heet 'Zorbas', hoe kan het ook anders. Van hieruit hebben we wel een mooi zicht op het haventje, dat ook wel Little Venice genoemd wordt. Hier werden de huisjes tot vlak bij de waterrand gebouwd. We drinken er iets op een hip terrasje want van al dat slenteren hebben we dorst gekregen. Het lijkt wel de Champs Elysée, iedereen wil langs hier passeren. Het is dan ook een mooie setting want de huisjes staan hier bijna met de voeten in het klotsende water. 

 

De bijzondere kunstenaarswijk Alefkandra vinden wij supergezellig. Er zijn veel kleine galerijtjes met prachtige kunstwerken. Het is in deze wijk dat we op zoek gaan naar Restaurant Popolo  (Drakopoulou 18). Volgens een blogster die ik volg, is het één van de beste restaurantjes om te lunchen op Mykonos. Het is wel even zoeken want het ligt in een klein straatje. Er staan niet zo heel veel tafeltjes dus de meeste mensen nemen een sandwich mee om ergens op een leuke locatie op te eten. Wij besluiten toch hier te eten aan een tafeltje in het smalle straatje. De broodjes worden vers gemaakt door de super vriendelijke uitbater. Wij dicteren wat er op onze sandwich moet en ook al wijkt dat mijlenver af van wat er op zijn kaart staat, hij maakt er geen probleem van. Bovendien is de prijs-kwaliteit prima.  Ik kan iedereen de sandwich met kip aanraden, krokant stokbroodje, heerlijk malse kip, sla, tomaat en voor de liefhebbers ook nog mayonaise! Als dessert nemen we nog de home made appeltaart en geloof me, die is ’to die for’!!!!

 

Katten, in Griekenland zie je ze overal! In de souvenirwinkeltjes op de kalenders 'cats of greece' maar ook in het echt. Meestal liggen ze te slapen op de witgekalkte muurtjes of stoepen. Ze vormen een mooi decor voor op de foto.

 

We passeren de kerk van Paraportiani, een prachtig voorbeeld van de architectuur van de Cycladen en zeker één van de meest gefotografeerde plekjes van het eiland. Het kerkje is volledig wit en doet pijn aan de ogen. Er is maar één accessoire dat je nooit maar dan ook nooit mag vergeten als je naar Mykonos gaat en dat is je zonnebril. De zon reflecteert op de witte huisjes en het is gewoon onmogelijk om je ogen open te houden zonder. 

Het is weer bloedheet dus zoeken we geregeld verfrissing in één van de talrijke barretjes. Allemaal verkopen ze heerlijke verse fruitsappen. Mama kiest voor verse aardbeien en papa voor verse ananas. Ik hou het maar bij water want mijn maag is nog niet bekomen van die cocktails van gisteren. De prijzen zijn hier aanzienlijk duurder dan op het vorige eiland Naxos. Toen betaalden we 3 euro voor verse fruitsap, nu 11 euro. 

Via de haven wandelen we terug naar de bushalte. Hier zien we het cliché van de vele ansichtkaarten: op het water dobberen bontgekleurde vissersbootjes en op de kade liggen gele netten. Op de pier een mooi wit kerkje waaraan de Griekse vlag vrolijk wappert. De haven wordt uiteraard ook omringd door tavernes met terrassen vol wankele houten tafels en stoelen. De mascotte van het eiland, Petros de pelikaan heeft zich vandaag niet laten zien maar de plaatselijke zwaan neemt met graagte zijn plaats in en paradeert wel sierlijk in het water voor iedere fotograaf die hem opmerkt. 

 

Eenmaal terug boven op onze berg zetten we ons nog even op ons terras met uitzicht over de baai. Wat is het hier toch mooi!  Vanavond eten we gewoon in het restaurant van ons hotel met zicht op het zwembad. De kelner raadt ons de kip in de oven aan met verse kruiden uit hun tuin en aardappeltjes in de schil. Wat een goede keuze! Het lijkt wel of de kippen hier allemaal bio zijn want ze zijn iedere keer zo mals, niet te geloven! 

Hopelijk straks een betere nacht …. aan den drank zal het deze keer niet liggen zene!