zondag 28 mei 2017

Gent - Dag 4 - Côté Jardin in de Bijloke

Op zondag is er veel dicht in Gent. Dat kan een nadeel zijn, maar je kunt het ook als een pluspunt zien. Nu mogen we zonder schuldgevoel uitslapen en kunnen we rustig de tijd nemen om te ontbijten. Aan tafel in het normaal serene en rustige klooster, is er vandaag geen sprake van stilte. Naast ons zitten een tiental Aziatische toeristen die luidruchtig discussiëren. We blijven dan ook niet al te lang zitten.


Na het ontbijt, checken we uit en rijden we naar de Bijloke voor Côté Jardin, een begrip in Gent. Het is een jaarlijkse afspraak voor een dag muziek in openlucht en dit jaar zijn wij van de partij! Het festival gaat door in de nieuw aangelegde binnentuin van De Bijloke. De zon staat hoog aan de hemel, de bomen werpen gelukkig wat schaduw af en een licht strelend briesje zorgt voor wat verfrissing,  We nemen plaats tegenover het podium in de ligstoeltjes tussen de wilde bloemen. Ze starten het programma met de Ledebirds. Middeleeuwse muziek weerklinkt over de weide. De hemelse klanken zuiveren de lucht en weren de wolken. Ze doen ons wegdromen. Het lijkt even of we in onze eigen secret garden zitten. Om half 1 wordt er meer klassieke muziek gespeeld, ideaal voor tijdens de lunch. Er zijn tal van eetstalletjes verspreid over het domein. We gaan voor de vettige hap en nemen een echte puntzak Belgische friet. Daarna gaan we languit liggen op ons picknick deken om alles rustig te laten verteren. De geur van diverse bloemen kriebelt in onze neusgaten. Heerlijk zo in de vrije natuur.  

 


We worden met een schok gewekt door het Rubens ensemble dat een stevig stukje kamermuziek te berde brengt. De grond onder ons picknick deken davert. Voor ons mag het best wat rustiger zijn. Twee bevallige dames komen ons even storen. Ze hebben een kaartje bij waarop we een wens mogen schrijven. Deze zal in een grote ton verdwijnen en er zullen enkele dromen waargemaakt worden. Dat is ook de slogan van Côté Jardin 'waar dromen uitkomen'. Wie weet hebben we eens geluk ... Naast ons zit er een Gentse familie die ook allemaal een kaartje invullen. In hun sappig Gents dialect hoor ik ze discussiëren - nee geen te grote wensen, het moet haalbaar zijn. De mannen zijn iets realistischer dan de vrouwen .. ach wat zou het leven zijn zonder dromen? 

 


Om twee uur is het tijd voor Reinoud Van Mechelen. Deze tenor katapulteert me terug naar mijn kindertijd toen mijn bomma Coco vaak naar opera muziek zat te luisteren. Opera in openlucht, zalig! Ondertussen is het mensjes kijken, een zalige bezigheid in de zomer. We verbazen ons erover dat hier alles zoveel losser en gemoedelijker verloopt. Toiletten zijn gratis, drank en eten is betaalbaar, mensen mogen zelfs hun koelbox meebrengen. Pasta, sandwiches, cava met aardbeien, iedereen heeft van alles bij. En toch is er redelijk weinig volk. Doe dit bij ons en je kan over de koppen lopen. 


De tijd vliegt. Voor we er erg in hebben is onze citytrip voorbij. We stappen opnieuw de auto in met een hoofd vol fijne herinneringen. Om ons weekend in stijl af te sluiten, stoppen we nog even in Sint Niklaas bij crèmerie François in de Ankerstraat 34 voor een lekker ijsje. Nostalgie voor Dee Dee en een ontdekking voor mij. 

zaterdag 27 mei 2017

Gent - Dag 3 - Het Zuid en Kunstenkwartier

Één van de nadelen van deze prachtige lente dagen die we al gehad hebben, is dat het op ons zolderkamertje redelijk warm is. Vermits we hier in het klooster geen airco hebben, is het puffen en blazen, ook s' nachts. We hebben dus niet zo goed geslapen. Maar niet getreurd, er staat ons weer een prachtige dag te wachten.  Vandaag gaan we onze voetjes een beetje rust gunnen dus trekken we na het ontbijt de stad in om een fiets te huren. We zijn echter niet alleen van dat gedacht want wanneer we ter plaatse komen, staat er een lange rij. We hebben de pech dat er net een nieuwe medewerker begonnen is en snelheid is niet zijn beste troef. Maar geduld is een mooie zaak dus wachten we braaf tot het aan ons is. Dat wachten duurt ongeveer drie kwartier!


Het is even wennen om te fietsen in Gent want ook al is er niet echt veel verkeer meer in de binnenstad, fietsvriendelijk kan je de stad nu ook weer niet noemen. Ik vecht tot twee maal toe met de tramsporen. Deze zijn net breed genoeg voor mijn fietsband en ik lig bijna twee keer op de grond. Bijna, want ik kan me telkens nog net rechthouden. 


Tegenover de Sint Niklaaskerk zien we het enige echte metselaarshuis. In 1976 werd achter een voorzetgevel de originele gevel ontdekt en werd het metselaarshuis in zijn oorspronkelijke glorie hersteld. Op de trapgevel zien we zes dansers die als windhanen meedansen op de wind. Jammer dat we ze niet van wat dichterbij kunnen bewonderen. 


We hebben er goed aan gedaan om het fietsen tot vandaag te houden want het is verschrikkelijk heet en op de fiets hebben we toch een fris windje. Wanneer we in het kleine begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyen onze fiets vastleggen en te voet verder wandelen, voelen we de zon branden. Hier is het ontzettend rustig, geen levende ziel te bekennen. Wat een contrast met de drukke binnenstad. De rood-witte huisjes rond het binnenhof zijn bijna allemaal mooi gerestaureerd. Na 750 jaar heeft het begijnhof zijn authentieke charme niet verloren. 


We fietsen verder naar de Zebrastraat. Hier kwam in 1906 een project tot stand toen de toenmalige stedelijke dierentuin plaats moest ruimen voor arbeidswoningen. Sinds de jaren 2000 biedt het wooncomplex naast sociaal-culturele activiteiten ook een forum aan jonge kunstenaars. Opvallend aan de site zijn de vele kunstwerken. Wanneer we het kleine binnenplein oplopen, zien we een ondiepe vijver met daarin een reuzennagel. Boven op het dak, een knalgele mazenstructuur. Via een gang komen we aan de achterzijde en zien we een reuze grote gele sluier, een zwarte wand waar water uit stroomt en tal van andere kunstwerken. We zetten ons even op een terrasje maar de dame komt ons zeggen dat ze gesloten zijn. Het is vreemd dat ze wel gewoon blijft rondlopen in haar zaak en de deur ook wagenwijd open blijft staan. Ik verbaas mij er steeds over dat horeca mensen de laatste tijd precies geen geld meer willen verdienen. We mogen wel picknicken op haar terras. 


 


Na het nuttigen van onze zelf meegebrachte lunch fietsen we naar de Onze-Lieve-Vrouw-St.Pieterskerk. De originele kerk was romaans en stamde uit de 12e -13de eeuw maar de opnieuw omgebouwde barokke kerk die we nu zien, stamt uit de 17de eeuw. We hebben best al wat kerken gezien tijdens deze citytrip maar de deze is voor mij de allermooiste. Door de zachte, klassieke muziek op de achtergrond word ik overmand door gevoelens van melancholie, die ik al lang niet meer gevoeld heb. Kippenvel krijg ik er van. In stilte verlaten we de kerk en gaan we een kijkje nemen in de aanpalende Sint-Pietersabdij. Hier zien we een klein cafeetje 'De Pietersbar', waar 'roomer' op het menu staat. Dee Dee heeft gelezen dat dit vlierbloesemdrankje een typische Gentse specialiteit is. Dat moeten we proeven natuurlijk. Gelukkig hebben we er maar eentje besteld want het blijkt een alcoholisch drankje te zijn. Dee Dee vindt het lekker en heeft dorst waardoor ze iets te gulzig is. Dat, in combinatie met een punt frangipane taart, maakt dat ze zich plots niet lekker voelt. Ze gaat plat op haar rug liggen op de koude stenen vloer met haar benen op een stoel. Ik ben dit al gewend dus ik begin een boekje te lezen tot het over is. Dit tot grote verbazing van de dame achter de toog. Ik hoor haar op een berispende toon tegen een collega zeggen: 'ja lees een boekje'! Wanneer ik even naar het toilet ga, spreekt de dame Dee Dee aan die haar uitlegt dat dit af en toe voorkomt maar dus niets ernstig is. Wanneer ik terugkom, is de dame in kwestie al terug iets vrolijker als ze me aankijkt. We wandelen nog even de abdij tuin in. In deze groene oase waar ooit monniken gebeden prevelden, komen studenten tijdens het jaar hun examens voorbereiden. Er wordt ook wijn verbouwd, en er staan dan ook veel druivenranken. Een heerlijke plek om helemaal tot onszelf te komen. Wanneer we de abdij verlaten, is het grote Sint Pietersplein nog steeds helemaal verlaten. Deze kant van Gent is echt wel heel erg rustig en we zijn werkelijk verbaasd dat er hier nog zo veel prachtige oude huisjes staan, in vergelijking met Antwerpen. 

 

Aan de Vooruit gekomen, stappen we weer even van de fiets om dit prachtige art deco huis te bewonderen. Om het lot van de werkende klasse te verbeteren, ontstonden in de tweede helft van de 19de eeuw overal in Europa arbeidsbewegingen. De vooruit was een typevoorbeeld en werd in 1880 als één van de eerste in België opgericht. Na het failliet van de coöperatieve bank van de Vooruit tijdens de depressie van 1934 en de bezetting door de nazi's ging het snel bergaf. Toen begin 1980 een collectief vrijwilligers het kunstencentrum de Vooruit oprichtten om het gebouw te redden, was het pand letterlijk een duiventil geworden. Maar de feniks herrees uit zijn as en vandaag is het gebouw het kloppend hart van het Gentse culturele leven.


Van hieruit is het slechts vijf minuutjes fietsen naar de Krook, de nieuwe stadsbibliotheek. Dit architecturale kunstwerkje is een ontmoetingsplaats voor bewoners, studenten en bezoekers van Gent. Het gebouw verbindt het historisch centrum en het kunstenkwartier.


Onze laatste culturele stop is het Miat, het Museum over Industrie, Arbeid en Textiel. Dit is gevestigd in de voormalige katoenspinnerij. Het museum geeft op een leuke en toegankelijke wijze de industriële ontwikkeling en de textielgeschiedenis van Gent weer. We komen alles te weten over de harde, barre omstandigheden waarin vroeger gewerkt moest worden. Naast de permanente tentoonstelling is er momenteel ook een tentoonstelling over kinderarbeid. Heel interessant allemaal maar we zijn beiden moe en oververhit dus we zijn er niet echt meer met onze gedachten bij. Een mens kan ook een overdosis cultuur opdoen! We besluiten dus terug te keren naar het centrum en onze fietsen binnen te brengen. We wandelen nog even in de richting van de shopping straten. Shoppen kan je in Gent als de beste maar dat hebben we tijdens deze citytrip nog niet echt gedaan. Dee Dee heeft al een paar keer iemand zien passeren met een zakje van 'Cos', haar favoriete winkel. Na een korte verfrissing op een terrasje, gaan we er naar op zoek en wie zoekt, die vindt. Ze heeft maar twintig minuutjes nodig om een prachtige oranje jurk op de kop te tikken. Een jurk in maatje 36 dan nog wel! Ze is zo blij als een klein kind op de kermis. 


''s Avonds trekken we naar het Indian Curry House in de Sint Michielsstraat. Volgens locals hét beste Indische restaurant van Gent. We zijn dus benieuwd. Wanneer we het pand betreden, zijn we aangenaam verrast. Achter de fel verlichte gevel, gaat een westers interieur schuil met hier en daar wat Indische kenmerken. Dat maakt het toch wat aangenamer dan de meeste traditionele, kitscherige Indische restaurantjes die we gewend zijn.  De eigenaar spreekt geen Nederland maar de bediening is uitermate vriendelijk! Deze keer bedwing ik me en neem ik geen voorgerecht. Uiteraard ga ik voor mijn favoriet, de tikka massala. Dee Dee kiest de kip met mango. Beide gerechten zijn heerlijk, het ene pittig, het andere zoet. Ik zou met plezier naar Gent willen verhuizen, enkel en alleen voor dit restaurantje. Als je fantastisch Indisch wil eten dan moet je hier zijn.  De tikka masala was één van de betere die ik al gegeten heb en ik kan vergelijken! Hopelijk blijft het nog lang bestaan maar dan mag er niets mis gaan met de kok want volgens de dame die er opdient, is er geen vervanging. De eigenaar wil niet dat iemand anders de recepten kent. Wij hebben er in ieder geval al van kunnen genieten en hier wil ik zeker nóg een keertje komen eten.


 

vrijdag 26 mei 2017

Gent - Dag 2 - De Kuip

De stille nacht is zeker niet gelogen want je hoort hier niets - we hebben dus zalig geslapen. En alsof dit nog niet genoeg is, schijnt de zon weer volop, is de hemel blauw en krijgen we ook nog eens een lekker ontbijt voorgeschoteld. Wat een verwennerij!!! Ook de locatie van het Monasterium PoortAckere is perfect want het ligt op wandelafstand van de vrijdagmarkt. Alles is hier dus pretty perfect!

Elke vrijdagvoormiddag lijken alle Gentenaren naar de Vrijdagmarkt af te zakken dus mogen ook wij niet ontbreken. Op dit plein speelde zich de voorbije eeuwen het grootste deel van het openbare politieke en sociale leven af. Hier werden vorsten plechtig ontvangen, feesten gevierd en vetes beslecht. Op het 15e -eeuwse Toreken na, dateren alle gebouwen op de Vrijdagmarkt uit de 18e eeuw. Ook nu nog gonst dit grote, open marktplein van de bedrijvigheid. De markt zelf stelt niet echt veel voor, ze is vergelijkbaar met de vogelenmarkt op zondag. Het is een zonnige dag dus zitten de terrasje die het plein omsingelen vol met dagjestoeristen. 

Gent is een makkelijke stad en heeft iets over zich. Iets fijns, sfeervols, warms en gemoedelijk. We ontdekken als vanzelf alle toffe plekjes.  Een kaart is niet echt nodig maar wel handig als je de stad echt wil ontdekken.  Al moet ik zeggen dat Dee Dee eigenlijk een wandelende gps is. Haar oriëntatiegevoel zit meer dan juist en dat voor een vrouw! Gent is één van die steden waar zo’n fijne sfeer hangt dat je al snel het gevoel hebt dat je er niet meer weg wil. De historische gebouwen hebben de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog overleefd en staan daarom des te statiger te stralen aan alle kanten van de vele watertjes.

 

Het ‘Manhattan van Gent’ wordt gedomineerd door drie torens ook wel de Gentse torenrij genoemd: de 95 meter hoge Belforttoren, de Sint-Baafskathedraal en de Sint-Niklaaskerk. Die staan dus vandaag alle drie op ons druk programma. Ze liggen in het oude historische centrum van Gent, ook wel de Kuip genoemd. De mooiste entree van de stad is via de Sint-Michielsbrug. Van daaruit zien we de verzameling Middeleeuwse torens en gevels, goud oplichtend in de lentezon. Aan de oevers van de Leie staan bovendien de mooiste middeleeuwse panden te schitteren. Prachtige pakhuizen met daarachter ook nog eens de vlaggen van Het Gravensteen fier wapperend in de wind. Gent lijkt ineens een plek voor ridders en prinsessen, voor edelmannen en jonkvrouwen.


We starten bij het Belfort. Deze markante toren, op de spits bekroond met een alziende draak, waakt al eeuwen over de stad en werd gebouwd in 1313 en daarna verschillende malen “bijgewerkt”. Eerst deed het Belfort dienst als bewaarplaats voor belangrijke stadsdocumenten. Later diende de toren als uitkijkpost vanwaar wachters de stad in het oog hielden. Op de kelderverdieping van het Belfort zien we vier stenen beelden die de wachters voorstellen. Slechts één ervan is origineel – de anderen zijn replica’s – en herkennen we meteen omdat dit beeld er erg gehavend uit ziet. Daarna starten we onze tocht te voet naar de eerste verdieping waar we de speeltrommel uit 1659 kunnen bewonderen. We hebben geluk want net op het moment dat wij er zijn, begint de trommel te spelen. De trommel is namelijk verbonden met het moederuurwerk die hem om het kwartier in gang brengt. Zo weten alle Gentenaren steeds hoe laat het is. We nemen daarna de lift naar de bovenste verdieping van waar we een schitterend zicht hebben over de stad. 


Te voet dalen we de vele trappen terug af en we besluiten daarna in het parkje achter de kerk onze sandwiches op te eten, gevolgd door een lekker ijsje van Gerard. Op een krijtbord kan je zien welke smaken hij vandaag heeft. Veel zijn het er niet maar het ijs is wel lekker. Heel grappig zijn de bordjes die ons tonen waar het toilet is. Het vrouwtje heeft een ijsje vast. Origineel!

 


Iedereen begrijpt waarom de Sint-Baafskathedraal de meest iconische bezienswaardigheid van Gent is. De kathedraal heeft een indrukwekkende collectie aan kunstvoorwerpen, met stukken die teruggaan tot de 8e eeuw. Om drie uur speelt het mannenkoor en ze zijn nu reeds aan het repeteren.  Ze spelen 'The wind of change' van de Scorpions en dat klinkt zo mooi dat we besluiten om even onze voeten wat rust te gunnen en gewoon te gaan zitten om te luisteren. De hemelse klanken van de cello galmen door de ruimte en we krijgen er zowaar kippenvel van. Deze muziek geeft ons kerkbezoek net dat tikje meer. We dalen daarna af tot de crypten, waar nog een deel van de originele kerk te zien is. Hier hangt een prachtig schilderij waar we beide even stil van worden. Het noemt 'A man of answers' van Graba.


Op tien minuten wandelen, bevindt zich de Sint-Baafsabdij. Wanneer we hier binnen stappen, nemen we een stap terug in de tijd. De abdij werd niet kapot gerestaureerd en het lijkt wel een tijdloze plek. Momenteel loopt er de tentoonstelling 'Het verlangen naar Frankrijk' van Michiel Hendryckx. Eigenzinnig en openhartig toont de fotograaf zijn vertrouwde Frankrijk, volgens hem het mooiste land ter wereld. Het is gek maar al wandelend door de abdij wanen we ons ook ergens in Frankrijk, alleen het tjirpende geluid van de krekels ontbreekt. Over de fotografie zijn Dee Dee en ik het niet eens. Ik vind het nu geen must om de tentoonstelling gezien te hebben. Van de gulden snede heeft deze fotograaf nog nooit gehoord. Één boom in een verlaten landschap en die staat dan ook pal in het midden en niet op één foto maar bijna op alle foto's dus ik veronderstel dat hij dit bewust doet. Dee Dee vind dit niet storend maar ik erger me er dood aan. Met uitzondering van twee of drie foto's, kan deze stijl van fotografie me niet echt bekoren. 

 


De omgeving van de Sint-Baafsabdij is ook prachtig, gelegen aan het water waar plezierjachten af en aanmeren. Ondertussen hebben we dorst gekregen en wandelen we naar 'Alice'. De statige kamers met hoge plafonds bezorgen dit thee- en koffiehuisje een bijzondere sfeer. Er hangt magie in de lucht en de kamers lijken zich te vullen met herinneringen aan vervlogen tijden. Er is ook een gezellig tuinterrasje achteraan waar ze zelfgemaakte ice tea serveren van bosbessen, gember en citroen. Heerlijk! 


Net achter de hoek ligt de Sint Michielskerk waar we uiteraard ook even naar binnen gaan. Een sobere kerk in vergelijking met de drie andere bouwwerken die we al gezien hebben vandaag maar wel mooi. Eenvoud siert ... 


We passeren de open stadshal en het lager gelegen stadsparkje waar koppeltjes wat zitten te luieren op een picknick deken en kinderen spelen bij de beeldengroep 'de fontein der Geknielden', in de volksmond beter bekend als 'de pisserkes'. Dee Dee vraagt de kinderen elders te gaan spelen want ze wil een foto maken van het beeld. Gewillig staan ze hun plek af. De uitspraak 'de jeugd van tegenwoordig' gaat hier dus niet op. 


Na al die culturele dingen van vandaag is het tijd om even gewoon te genieten. We wandelen dus in de richting van het water, naar de oude middeleeuwse haven aan de Graslei en de Korenlei. Deze plek met z’n unieke rij historische gebouwen die zich spiegelen in het water, is de ontmoetingsplaats bij uitstek. Dit is het kloppende hart van de Gentse binnenstad.


We lopen even binnen bij Tierenteyn Verlent, het oude mosterdwinkeltje dat in 1790 zijn deuren opende en nog steeds een zekere charme uitstraalt. Een klein, lichtgrijs kruikje met een maantje als label en gevuld met het gouden goedje blijft een origineel souvenir van Gent. 


Net voor de deur staan twee kraampjes met cuberdons of Gentse neuzekes voor de vrienden. Beide concurreren al jaren met elkaar om de meeste neuzen te verkopen per dag. Toegegeven, niet iedereen is er even zot van, maar je moet ze toch eens geproefd hebben. Deze paarse snoepjes zijn door hun beperkte houdbaarheid enkel in België te vinden, en dus sowieso uniek. Het klassieke aroma is framboos, maar de laatste jaren zijn ze ook in heel wat verschillende kleuren en smaken te verkrijgen. Mijn persoonlijke voorkeur blijft echter het originele product, met dat heerlijk harde korstje en de lopende, stroperige kern. 


Van hieruit hebben we een goed zicht op ’t Galgenhuis. Dit is het kleinste cafeetje van Gent en het draagt een rijke geschiedenis met zich mee. Het diende achtereenvolgens als viskraam, penshuisje en herberg. Aan de achterkant is een klein trapje dat ons naar het water brengt. Hier zetten we ons op een bankje om te genieten van het avondzonnetje. 


Tijdens de wandeling naar het restaurant, mistrapt Dee Dee zich, struikelt en valt pardoes op de straatstenen. Gelukkig heeft ze zich geen pijn gedaan. We vermoeden dat dit regelmatig gebeurt in Gent want de straten, voetpaden en richels hebben allemaal dezelfde kleur waardoor deze, zeker in de avondzon, moeilijk te onderscheiden zijn. 


Vanavond hebben we gereserveerd bij Mémé Gusta. Deze naam zal jullie waarschijnlijk niet vreemd in de oren klinken want Jan en Nele deden vorig jaar mee met het tv-programma ‘Mijn Pop-up restaurant’. Nu hebben ze een vaste stek in de Burgstraat in Gent! Nele zelf is niet aanwezig maar we worden heel vriendelijk verwelkomd door een jonge dame, die ons de menukaart brengt. Deze is heel origineel gewoon in een lijntjesschrift geschreven. Dee Dee gaat voor de 'karnemelk stampertjes': aardappelpuree met karnemelk, grijze garnalen en een gepocheerd ei met botersaus. Ikzelf wil absoluut het stoofvlees met Corsendonck Pater proeven. Het interieur is sober, witte muren, enkele oude foto's en veel groen. Naast ons een oude zetel en een echte sanseveria. Het thuisgevoel is er meteen. Heel fijn is de open keuken, waar we Jan achter de potten zien staan.  De stoverij wordt geserveerd in een grote pot en ik vraag me af of ze zich niet vergist hebben. De portie is immens. Ook Dee Dee's gerecht - een voorgerecht portie - is mega. Hier krijg je echt waar voor je geld. Iedereen die me kent, weet dat ik op restaurant heel vaak stoofvlees bestel en dat ik dus kan vergelijken. Ik kan jullie zeggen dat dit stoofvlees het aller aller aller beste is dat ik ooit in mijn leven heb gegeten. Het vlees is zo mals en is vergezeld van heerlijke frietjes en gestoofde appeltjes. Die waren ook volledig mijn ding, heerlijk zoet en het paste perfect bij de rest. Ik doe mijn uiterste best om alles op te eten maar dat lukt me echt niet. Een zalige afsluiter van deze tweede dag.

donderdag 25 mei 2017

Gent - Dag 1 - Het Noordkwartier

Er zijn slechts 365 dagen in een jaar en voor mij zijn er slechts 86 daarvan vakantiedagen. Gelukkig zijn er ook nog de weekends en die zijn ideaal voor korte uitstapjes. Vorig jaar startten Dee Dee en ik met de idee om eens ‘vakantie te nemen in eigen land’. Niet als toevallige bezoeker, nee écht als toerist met dito fototoestel. Dit jaar trekken we naar Gent, een stad die heel snel een plekje in ons hart verovert. We arriveren omstreeks 10 uur in ons onderkomen voor de komende 3 nachten, Hotel Monasterium PoortAckere. "Een eiland, verloren in de draaikolk van de rumoerige stad." Eenmaal over de drempel betreden we een intiem monasterium waarvan de historiek teruggaat tot 1278. Wat eeuwenlang een verborgen klooster was, geeft vandaag een stukje van zijn geheimen prijs. De sfeer is charmant, passend binnen de eenvoud van een neogotisch gebouw. Onze kamer ligt helemaal in de nok dus we moeten wel wat trappen doen. De vloeren kraken heerlijk onder onze voeten.


Na het inchecken trekken we de stad in want we hebben geen tijd te verliezen. Er is zo veel te zien dus we moeten elke minuut benutten.  We worden getrakteerd op een prachtige eerste aanblik: voor ons ligt een stad die rechtstreeks uit de sprookjes van Anton Piek lijkt te komen. Overweldigend veel kerkgebouwen, prachtige grachtenpanden en gezellige terrassen zo ver het oog rijkt, dat is de binnenstad van Gent. Al snel merken we dat Gent een middeleeuws sprookje is van kasseienstraatjes en barokke architectuur. Deze studentenstad ademt jonge ondernemingslust, getuige de vele pop-ups en trendy bars, alsook creativiteit dankzij de indrukwekkende straatkunst. Tot voor kort was Gent voor mij een winkelstad waar ik graag een dagje naartoe kwam maar nu zijn we hier om dingen te ontdekken. We besluiten ons dus te laten verrassen en plekken op te zoeken waar we nog nooit geweest zijn.  


Het Gravensteen is zo'n plek. Wanneer we aan het kasteel komen, moeten we eerst door de toegangspoort. Daar worden we langs de ticketbalie geloodst en kunnen we een soort videogids nemen maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik voor dergelijke dingen niet echt veel geduld heb. Ik laat liever mijn fantasie op hol slaan in de smalle doorgangen, kloeke torens en machtige wenteltrappen van dit middeleeuwse monument. In de 13e eeuw werd dit indrukwekkende fort gebruikt als gevangenis. Achter de dikke muren werd er dan ook gefolterd, tot een bekentenis volgde. Na het Wapenmuseum klimmen we de trap op naar het dak. Van daaruit hebben we een geweldig zicht over Gent.

 


Het is druk in de stad, zeker op deze toeristische plek dus besluiten we de mensenmassa wat te ontwijken en dan is het Begijnhof de place to be. Mooie straatjes en een lieflijk kerkje. Het is mooi weer en er zitten best wat mensen in het parkje naast de kerk. Dit omsloten hof was eeuwenlang het exclusieve domein van vrome, aan Sint Elisabeth toegewijde vrouwen. Tegenwoordig vormen de kleine witte huisjes een charmante aanvulling op het straatbeeld van Gent. Het is perfect voor een zomerwandeling. 


We wandelen verder naar het noorden van de stad in de richting van het Patershol, een piepkleine charmante wijk. Hier verdwalen we in de smalle straatjes en rustige steegjes. Het is een authentiek en rustig deel van Gent. Aan de rand van het Patershol ligt het 13de -eeuwse klooster van de geschoeide karmelieten bij de Gentenaars beter bekend als het Caermersklooster. Hier is het Provinciaal Centrum voor kunst en Cultuur gehuisvest. Vandaag vindt er de tentoonstelling 'Oer' over de Vlaamse kunst tussen 1880 en 1930 plaats. Oer brengt een uitzonderlijke selectie topstukken van de meest invloedrijke schilders uit die periode. De grote verrassing van deze tentoonstelling is voor ons Emile Claus. Deze kunstenaar is gefascineerd door licht en kleur. Zijn schilderijen lijken levensecht en toch zijn ze mooier dan het leven. Het overkomt ons allemaal in een tijd van Facebook, twitter en whatsapp, overvolle mailboxen en burn-outs: soms zouden we willen dat het leven een schilderij was. Een land van zonneschijn zonder luxe maar vol van eenvoudig geluk.


We bezoeken hier ook nog even de opmerkelijke tentoonstelling over het Lam Gods van Jan van Eyck. In het najaar van 2012 startte de restauratie in het Museum voor Schone Kunsten en dat is  werkelijk indrukwekkend. Hier zien we hoe zo een restauratie in z'n werk gaat en wat het effect is van de lagen en lagen vernis. Genoeg cultuur ... we hebben honger en kuieren verder door het Patershol. In de 15de eeuw steeg de wijk in waarde omdat er dan veel advocaten kwamen wonen. In de eerste helft van de 19de eeuw werd het Patershol een arbeiderswijk. Tegenwoordig is het een woon en uitgaansbuurt. In de wirwar van straatjes zijn er veel restaurantjes. We vleien ons neer op het terras van de Mezze Bar, een mediterraans eetcafé. Dee Dee gaat voor de visschotel en ik kies de zalm. Wanneer alles op tafel komt, ziet het er in ieder geval uitnodigend uit maar Sergio Herman zou zeggen 'de cuisson van die zalm trekt op niks'. De honger overheerst en er is één troost: die frietjes are to die for! 


Met ons buikje gevuld, vervolgen we onze weg naar de Vrijdagmarkt waar Jacob Van Artevelde over het plein uitkijkt. In het begin van de 14de eeuw hief hij de boycot tegen de Britse wol invoer op. Zo kon Gent voldoende grondstoffen importeren om de lakenindustrie te laten bloeien. Daarom wordt Gent ook wel de van Arteveldestad genoemd. Dat is een meevaller … mijn favoriete bakkerij Paul heeft een vestiging in Gent! Wanneer we het Franse interieur betreden zien we in de toog zijn overheerlijke patisserie maar ik kijk verlekkerd naar zijn reuze makarons. Wat mij betreft nog steeds de beste van het land. Skinny Love ten spijt, bestel ik een pistache en een speculoos exemplaar. Ja mijn karakter brokkelt hier dus af want ik kan er echt niet voorbij gaan. 

 


Wat is cool, gratis, en iedere keer anders? Juist ja graffiti en het toeval wil nu dat in Gent graffiti een belangrijk deel uitmaakt van het straatbeeld. Al wandelend in Gent komen we op verschillende plekken kleurrijke muren tegen. Soms gaat het slechts om tags, maar andere keren stoten we op een echt kunstwerk waar we even voor blijven stilstaan. In de jaren '90 van de vorige eeuw wees de stad het Werregarenstraatje aan als een plek waar graffitikunstenaars hun gang mochten gaan, in de hoop dat de rest van de stad verf vrij zou blijven. Nu is het een levendige straat, met telkens weer verrassende kunst, in schril contrast met de oude gebouwen rondom. Wie door de straat wandelt, die snapt de bijnaam “graffiti straatje” direct: werkelijk alles wat uit steen, beton of metaal bestaat, is bespoten. Over de kwaliteit van de meeste kunstwerken valt te twisten, maar kleurig is het in ieder geval. Er is net een 'kunstenaar' bezig en hij spreekt ons onmiddellijk aan wanneer hij ons ziet fotograferen. Hij wil niet met zijn gezicht in beeld komen. 

 


Gent heeft er erg lang op moeten wachten maar eind februari opende dan eindelijk de Holy Food Market in de 16e-eeuwse Baudelo-abdij aan het Beverhoutplein. Het is écht een walhalla voor al wie van lekker eten houdt. De voormalige kerk, klooster, bibliotheek en kunstcampus werd, na een periode van leegstand, helemaal heringericht. Het monumentale van de kerk is helemaal behouden, terwijl in de zijbeuken gezellige foodstandjes zijn ingewerkt. Zeventien food concepten hebben zich gevestigd in de oude kapel, gaand van Libanees tot Russisch, van Napolitaanse biopizza tot handgemaakte kroketten. Door onze late lunch hebben we helemaal geen honger meer maar door het warme weer hebben we wel dorst. Daarvoor gaan we naar het reizigerscafé Mosquito Coast aan de Hoogpoort om onze voetjes even rust te gunnen. Ik voel me er helemaal op mijn gemak en krijg meteen weer de reiskriebels. Het interieur is een mengelmoesje van allerlei souvenirs van over de hele wereld zoals Tibetaanse vlaggetjes, Marokkaanse lampen, etc…  Gezellige zetels, een samenraapsel van tafels en stoelen, een wandkast vol reisgidsen en muren vol foto’s maken het plaatje compleet. We kiezen een tafeltje op het dakterras waar we genieten van een heerlijke pisco sour met het avondzonnetje op ons gezicht. Het voelt echt heerlijk om tijd te nemen voor elkaar en bij te praten over alles wat in ons opkomt. De sfeer is hier zeer ontspannen en met tegenzin maken we plaats voor de andere bezoekers. 

 


Op de terugweg passeren we het stadhuis uit het begin van de 14de eeuw. De meest opvallende gevel is ongetwijfeld die in de Hoogpoort geïnspireerd op een klassiek Italiaans palazzo. De gestreepte regenpijp is een knipoog naar de Gentse stroppendragers. Aan de Oudbrug zie ik plots de B&B Simon Says, waar ik jaren geleden nog heb gelogeerd. Het is nog steeds even kleurrijk als in mijn herinnering. 


Wat maakt Gent zo speciaal? Eerst en vooral de prachtige gebouwen. Zelfs wanneer we omhoogkijken, zien we kleine maar oh zo mooie details. We moeten er echt op letten dat we niet struikelen of tegen een paaltje lopen. De historische binnenstad van Gent is echt bijzonder. Moe maar voldaan wandelen we terug naar ons hotel voor een, als we de slogan mogen geloven, stille en zoete nacht

maandag 15 mei 2017

Texel - dag 4

Vandaag onze laatste dag op Texel. Ik heb heerlijk geslapen en het kost me moeite om op te staan. Of het te wijten is aan de slechte voorbije nachten of de drank die ik gisteravond genuttigd heb, laat ik in het midden. Volgens Maurina staat er buiten alvast geen enkele boom meer recht. Het zonlicht schijnt binnen dus het belooft weer een prachtige dag te worden. Na het ontbijt pakken we in en rijden we naar de Bollenkamer. Dit is een prachtig duingebied in het zuidwesten van Texel. Brede valleien met duinheidebegroeiing kenmerken het gebied. Hier treffen we de Heck runderen, een  behaard runderras dat oorspronkelijk uit Schotland komt. Ze worden vaak ingezet als grote grazers. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn niet agressief zegt men maar dat valt tegen. Aan de ingang staat dat we 25 meter afstand moeten behouden maar de fotografen onder ons wagen zich toch een beetje dichter. Geen goed idee zo blijkt want de chief van de kudde, een zwarte mastodont met immense horens begint onze richting uit te lopen en het geluid dat hij produceert, belooft niet veel goeds. Het briesende geluid dat hij produceert, gaat door merg en been. We besluiten ons snel uit de voeten te maken want zo'n beest kan gard lopen volgens Veerle. Wat verderop staat er een familie met een klein kalfje. Een deel van de groep ligt voorop en wordt achtervolgd door de beesten. Wij zien het gebeuren maar kunnen zelf geen kant uit want ze snijden ons de weg af. Voor ons dus drie runderen en achter ons de briesende zwarte chief. De adrenaline giert door mijn lijf en ik ben er helemaal niet gerust in. Ria, Carla en ik moeten dus snel beslissen en we lopen de berg op tussen de heide om zo de beesten te ontwijken. Mijn hart klopt in mijn keel want uiteraard kunnen ook zij de berg op, mochten ze dat willen. Ze houden ons van op de wandelweg in het oog maar besluiten toch te blijven staan. Het klimmen is vrij vermoeiend maar liever dat dan levend gevild worden door die immense horens. 

 


Af en toe wordt het dorre landschap onderbroken door mooie plassen met daarin duizenden kleine witte bloempjes. De heide voelt zacht aan onder onze voeten dus dat is ook goed voor ons zitvlak. Terwijl Paul en Eddy minutenlang door hun lens de hemel afspeuren naar vogels, zet ik me even neer. Zalig zo in de vrije natuur, geen levende ziel (behalve dan de kompassers) te bekennen. Het rechtkomen is iets moeilijker. Ria ad rem zoals altijd, maakt de opmerking 'oei de heide kreuner zit hier ook'. De wandeling door dit gebied, met zijn ’woestijnachtige’ karakter, is een prachtige ervaring.  Niet alle mooie dingen hoeven geld te kosten. 

 


In het zuiden ligt de zandplaat De Hors. Omvang en vorm van de uitgestrekte strandvlakte wisselen sterk onder invloed van de zee. De Hors is onderdeel van het Beschermd Natuurmonument De Waddenzee en een van de weinige plaatsen op Texel waar nog natuurlijke duinvorming plaatsvindt. Mensen zijn hier wel welkom maar worden verzocht om grote groepen vogels slechts op grote afstand te passeren. Daarom zijn er her en der uitzichtpunten gecreëerd van waaruit je vogels kan spotten. 


Rond het grote duinmeer groeit een brede rietkraag. Hierin broeden kleine karekiet, rietgors, baardmannetje en andere vogels. Het open water heeft door de goede waterkwaliteit een rijke begroeiing van kranswieren en fonteinkruiden. Dit trekt veel watervogels zoals eenden en ganzen aan. We lunchen opnieuw in de vrije natuur. Op de een of andere manier smaakt een gewone boterham hier stukken beter dan aan onze eigen keukentafel. 

 


Na de lunch, rond 2 uur nemen we opnieuw de Ferry naar het vasteland. Ons Kompas reisje zit er weer op. Texel een klein eilandje, maar wat een verscheidenheid aan landschappen! Wat ons betreft een prachtige bestemming die voor herhaling vatbaar is. 


zondag 14 mei 2017

Texel - dag 3

Opnieuw loopt de wekker vroeg af en dat pikt want gisteren zijn we nog laat opgebleven om naar het songfestival te kijken en bovendien heb ik ook niet zo goed geslapen. Samen met Lisette ga ik naar de supermarkt voor ons ontbijt, lekkere verse broodjes en croissants. Vandaag fietsen we naar de oostkant van het eiland. De waddenkant is bezaaid met weilanden vol wollige schapen en lammetjes. Texel heeft ongeveer net zoveel schapen als inwoners! Van beide leven er een kleine 14.000 op het eiland. In het voorjaar komen daar nog eens zo'n 17.000 lammetjes bij. Vooral de jonge lammetjes die voor het eerst naar buiten gaan, zijn geweldig om naar te kijken. Al dartelend en springend gaan ze het weiland door. De zon is van de partij dus ook ons hoor je niet klagen. 

 


Centraal gesitueerd op Texel ligt het kleinste dorp van het eiland. Eenmaal aangekomen in De Waal plaatsen we de fietsen tegen de muur van de kerk en gaan we het dorpje te voet verkennen. Er staan diverse mooie boerderijen en oude woningen die het straatbeeld bepalen. Dat De Waal het kleinste dorp van Texel is, wil niet zeggen dat het geen bezoekje waard is. In het dorp heerst nog de sfeer van vroeger tijden. De bijzondere huisjes en de rust zijn typerend voor het dorp. De buurman van God komt ons tegemoet en wil ons wel even de kerk laten zien. Vol passie vertelt hij over het dorp en het ontstaan van de kerk. Je ziet aan de man dat hij het erg vindt dat er zo weinig mensen uit het dorp nog naar de kerk komen. Grappig is dat er boven aan het orgel een achteruitkijkspiegel hangt. Zo kan de organist zien of zijn kerk niet leeg loopt zegt Maurina. 


Daarna verkennen we Oosterend. Veel mensen vinden dit het mooiste dorp van Texel. De imposante Maartenskerk vormt het opvallende middelpunt. Maar voor ons zijn het vooral de schilderachtige straatjes en steegjes met mooie, oude geveltjes er omheen die ons kunnen bekoren. We passeren een terrasje en besluiten even te genieten van het zonnetje. De zonnecrèmes worden bovengehaald, dikke truien worden uitgedaan en lange broeken worden in één tel een pak korter. Onze portie vitamine D is vandaag alvast een feit! Piet zijn bolleke ziet er uit als een vuurtoren dus krijgt hij Ria's pet in bruikleen. Zo fier als een gieter, loopt hij nadien door de straatjes van Oosterend. Hier en daar zien we stalletjes waar de inwoners spullen te koop aanbieden. Daarbij een bord met de prijs en een bakje waar je de centjes kan inleggen. Eerlijkheid wordt hier nog hoog in het vaandel gedragen. 

 

 

We verlaten de bewoonde wereld - al is dat relatief want veel volk loopt er hier ook niet rond - en fietsen naar de waddenkust. In de verte zien we al een echte Hollandse molen in de uitgestrekte velden opduiken. Fietsen op Texel is heel aangenaam want de fietspaden zijn subliem en er is weinig verkeer. Ook die altijd uitgestrekte, oneindige wolkenluchten zijn prachtig!

Texel is een vogeleiland bij uitstek. Honderden soorten komen hier voor en regelmatig worden zeldzame soorten van de rode lijst waargenomen. Dat maakt Texel populair bij ornithologen en vogelaars. In onze groep hebben we er ook drie bij die de ganse dag op stap zijn met verrekijker en telelens in de hand. We passeren reuze plassen met duizenden vogels en wanneer Veerle een lepelaar spot, is ze blij als een klein kind. 

De laatste kilometertjes naar onze lunchplek zijn zwaar want er is opnieuw veel tegenwind. Maar met een lekker zonnetje erbij hebben we dat er wel voor over. Het is bijzonder dat je hier zo snel je dagelijkse leven vergeet en je er echt even helemaal tussenuit bent. Een plek die eigenlijk zo dichtbij is maar zo ver weg voelt. De ideale island escape. We leggen ons tussen de bloemen en de distels op onze rug en genieten van de zon. Zo dicht tegen de grond voelen we die wind een pak minder

Na de lunch fietsen we de lange dijk af in de richting van Oudeschild en krijgen we het moeilijk. Het lijkt wel of de wind in drievoud is toegenomen. We moeten dus heel hard trappen. Uiteraard worden Maurina en ik niet echt au sérieux genomen - wij de elektrische madammen mogen niet klagen volgens de harde trappers. Nu klagen doen we niet hoor en ons respect voor de anderen wordt echt met de minuut groter.  Ook hier weer een oase van stilte die nu en dan wordt doorbroken door het geluid van vogels, de wind die in onze oren ruist en het kabbelende water van de Waddenzee. Geen ronkende motoren die de rust verstoren, geen wandelaar te zien van hier tot aan de horizon, die nochtans ver rijkt. Het heeft iets poëtisch. 

 

Oudeschild is de thuishaven van de Texelse vissersvloot en oefent met zijn stoere charme een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. De bewolking neemt echter toe en we zijn blij dat we even kunnen opwarmen in een plaatselijk cafeetje. Wanneer de zon terug verschijnt, fietsen we de laatste kilometertjes terug naar ons vakantiepark. Het gaat Ria steeds beter af en ze sprint ons meermaals voorbij ook al is het dan met de tong bijna op de tenen. Wanneer we op onze bestemming aankomen, stuift ze de ingang mee voorbij richting bos. Veerle, Maurina en ik willen nog eens gaan kijken of de galloway koeien er nog staan. Die laatste kilometertjes kunnen er dan ook nog maar bij zegt ze. Jammer genoeg zijn de koeien heel ver weg dus keren we om. Het is een luxe om eens gewoon gezellig op ons terrasje naar wat muziek te luisteren met een glaasje wijn. Even echt genieten zonder al te veel inspanningen.

's Avonds dineren we in het restaurant van ons vakantiepark dus ook dat is lekker dichtbij. De porties zijn meer dan voldoende dus met honger gaan we hier niet van tafel. De vermoeidheid slaat toe bij ieder van ons. Het was dan ook weer een intensieve dag. Lang ga ik het alvast niet trekken. 


zaterdag 13 mei 2017

Texel - dag 2

Rond half 8 uur zitten we aan tafel en om 9 uur vertrekken we. Vandaag staat er een fietstocht op de planning. We verruilen dus de auto voor de tweewieler, het ideale vervoermiddel om te onthaasten. Hoewel het zonnetje zich gisteren namiddag nog van haar beste kant liet zien, is deze vandaag in geen velden of wegen te bekennen. Sterker nog, de regen valt met bakken uit de hemel. Dit is zeker niet iets waar ik op gehoopt had maar na een baal momentje besluiten we toch de fiets op te stappen en als bikkels door weer en wind het eiland te ontdekken.


Bicycle bicycle bicycle
I want to ride my bicycle

I want to ride my bike
I want to ride my bicycle
I want to ride it where I like


We kiezen vandaag de kant van de Noordzee met zijn zachte zilte zeelucht. We fietsen naar de Muy, een jong duingebied met veel groen. Daarom leggen we de fiets aan de ketting en gaan we te voet verder. Ondertussen is de regen volledig gestopt en komt er hier en daar wat blauw tevoorschijn. De Muy is vermaard om zijn lepelaars maar we zien ook een blauwe reiger en wat aalscholvers. De indrukwekkende stilte, met uitzondering van de vogelgeluiden en het gekwaak van wat kikkers en het feit dat je hier bijna niemand tegenkomt zorgt ervoor dat we helemaal tot rust komen. Twee verdwaalde koeien wandelen ons ongeïnteresseerd voorbij. 


 


Na de wandeling gaan we verder met de fiets naar de Slufter, een uniek gebied dat in open verbinding staat met de Noordzee. De weg verveelt geen seconde, dankzij het prachtige kleurenpalet van narcissen, hyacinten en tulpen. We krijgen flink naar ons voeten wanneer we het erf van een plaatselijke boer opwandelen om de bloemen te fotograferen. Ik kom toch ook niet bij jullie in de tuin om foto's te nemen, zegt de man in kwestie. Wij hebben dan ook zo geen tuin natuurlijk en bovendien stond er nergens een verbodsbord. De zwart-witte steltlopers met hun felrode snavel steken ook mooi af tussen de pluizige witte schapen op de weides. Bij de Slufter zetten we de fietsen opnieuw langs de kant en gaan iets drinken in de taverne om vervolgens het natuurgebied te voet te verkennen. Strand en duinen zover we kunnen kijken. Het is broedseizoen en grote delen zijn afgesloten maar wat een prachtige natuur. Hier zetten we ons beschut van de wind tegen een duin om te lunchen terwijl we naar dat nooit vervelende schouwspel van water, wind en vogels turen. Met ons buikje vol wandelen we nog even tot aan de zee om vervolgens opnieuw de fiets op te kruipen. 


Het mooie aangelegde fietspad door de duinen brengt ons tot bij de Eierlander, de knalrode Texelse vuurtoren. Nu straalt deze een zekere rust uit maar in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog was hij de inzet van een bloedige strijd die nog weken na de bevrijding van Nederland nazinderde en die de geschiedenis inging als Europa's laatste veldslag. De vuurtoren staat op het meest noordelijke puntje van het eiland in het plaatsje De Cocksdorp. Hier ontmoeten Wadden- en Noordzee elkaar. Daardoor is er een gevaarlijke stroming en is zwemmen verboden. Natuurlijk klimmen we helemaal naar boven. De trappen van de vuurtoren zijn steil en smal. De oorspronkelijke vuurtoren is in de oorlog zo beschadigd dat ze er een tweede vuurtoren omheen gebouwd hebben. Ongeveer halverwege de klim is dat goed te zien wanneer we een rondje lopen tussen de oude binnenmuur en de nieuwe buitenmuur. Op de bovenste verdieping is een omloop vanwaar we een fantastisch 360 graden uitzicht hebben over het strand, de wadden en de duinen.  De harde wind waait ons letterlijk uit ons hemdje maar na dat fietsen is dat een super fijn gevoel. De zon schijnt ondertussen volop en het is lekker warm. 

 

Ondertussen is het half vier voorbij en dus tijd om de terugweg aan te vatten. Texel zo plat als een pannenkoek, nee hoor die duinen zijn best pittig. Zeker met wind op kop en met een gewone fiets. Gelukkig heb ik even nagedacht toen we vanmorgen die keuze moesten maken en heb ik toch maar de elektrische versie gekozen. Daar ben ik mezelf op dit ogenblik heel dankbaar voor. Al voel ik zelfs pijn in mijn knieën. Respect voor de anderen! Het lijkt wel of de wind heviger en heviger wordt. Het wuivende gras en de verlaten duinen met daarachter de onstuimige zee, het doet deugd om even helemaal één te zijn met moeder natuur. Ik voel dat ik best wat kleur heb opgedaan vandaag want mijn wangen gloeien. Halverwege houden we nog even halt voor een lekker ijsje op het terras van de Slufter. Dat hebben we verdiend! 


We fietsen terug naar ons vakantiepark om ons wat op te frissen. In totaal hebben we 38 km gefietst en 13 km gefietst. Vanavond rijden we naar  de Koog om te gaan eten in de Taj Mahal. Net als zijn naamgenoot in Antwerpen is dit restaurantje op Texel een aanrader als je van de Indische keuken houdt. Het is er redelijk klein en ook al is het modern ingericht toch ontbreekt de Indische touch niet. Op de kaart alle traditionele gerechten van dit prachtige land. Ook de tikka massala dus lang hoef ik niet na te denken. Ria en ik maken wel de verkeerde keuze door te kiezen voor licht pikant  in plaats van zoet. Ons gerecht heeft niets meer met tikka massala te maken en is best wel pittig. Gelukkig hebben we ook wat nan besteld om het vuur te blussen. We kunnen echter niet klagen want het smaakt voortreffelijk. 


vrijdag 12 mei 2017

Texel - dag 1

Dit weekend trekken we met Kompas richting het mooie Waddeneiland Texel, het grootste van de vijf Waddeneilanden die Nederland rijk is én een eiland met heel wat oude legendes over stoere walvisvaarders en strandjutters. Door de zee en de kilometerslange stranden is het de ideale dichtbij bestemming met een ver weg gevoel. Het is het meest westers gelegen eiland en als enige bereikbaar vanuit Noord-Holland. Het eiland is ongeveer 20 bij 8 kilometer groot en zo plat als een pannenkoek – gelukkig maar want we gaan er wandelen en fietsen. De schrijver jan Wolkers heeft er een tijdje gewoond en ook hij was dol op het eiland en zijn prachtige natuur. 


We komen allemaal samen in Stabroek om daar de A12 te nemen en zo naar Den Helder in het noorden van Holland te rijden. De regen valt met bakken uit de hemel. Geen fijn gevoel maar we blijven optimistisch. Daar nemen we de boot naar het eiland. Nu kan het genieten beginnen. De boottocht laat ons al meteen het eilandgevoel ervaren: zout, wind en heel veel water. De overtocht naar Texel duurt ongeveer 20 minuten. Net tijd genoeg voor een plasje en een tasje lekkere chocolademelk. Wel een beetje hilarisch  want voor mijn touristilleke goed en wel binnen is, zijn we er al.  


Wanneer we van de boot rijden, klaart het weer een beetje op en glijdt de stress van ons af.  We moeten nog ongeveer 10 minuten rijden voordat we bij ons onderkomen voor de komende nachten, Bungalowpark Dennenoord, arriveren. De reis over het eiland is al een leuk toeristisch ritje waarbij we, ondanks de regen, de prachtige natuur van Texel al opmerken.  Het voelt meteen relaxt aan en de mini vakantie is dus begonnen. 


Dennenoord is heel centraal gelegen aan de rand van een bos ter hoogte van het grootste Texelse dorp Den Burg en vlakbij De Koog. We mogen nog niet op de kamer en kunnen hier ook onze meegebrachte picknick niet opeten. Dus wij terug de auto in op zoek naar een lunch plek. Ergens in een klein bosweggetje parkeren we de auto en eten daar onze boterhammetjes op. De hemel trekt stilaan open dus besluiten we om een wandeling te gaan maken in de omgeving. Deze is prachtig met al die paarse boshyacinten die hier in bloei staan. Het Hallerbos is er niks tegen!  

 


Wie de natuur op Texel verkent, komt altijd terecht bij het educatieve bolwerk Ecomare in De Koog, de zeehondenopvang van Texel. Met z'n vieren gaan we binnen terwijl de anderen verder wandelen. Voor de entree betalen we 12,50 euro. Dè blikvangers in Ecomare zijn de zeehonden en bruinvissen in de buitenbassins. Ook zien we er opgevangen zeevogels en er zijn ook aquaria waar verschillende soorten vissen te bewonderen zijn. Ecomare is leuk om een keer gezien te hebben. Er worden verschillende rondleidingen gegeven en er zijn ook regelmatig voedertijden voor de zeehondjes. Het krioelt hier op dat ogenblik van de zeemeeuwen die ons trots verwelkomen op hun eiland en waarschijnlijk hopen op een lekker hapje. En dat lukt af en toe want wanneer er een stukje in het water valt, vechten twee meeuwen om het lekkere hapje. 


 

We wandelen nadien terug naar de wagen en rijden naar Dennenoord om onze bungalows te ontdekken. Deze zijn ruim, modern ingericht en heel geriefelijk. Paul heeft er drie gehuurd waardoor we echt plaats genoeg hebben. We komen wel tot de ontdekking dat we niet echt goed georganiseerd zijn want veel hebben we niet bij. Dat merk ik ongelukkigerwijs wanneer ik op het toilet zit. Gelukkig is er een winkeltje op het domein. 


’s Avonds heeft Veerle gezorgd voor een lekkere spaghetti. Wie had dat vanmorgen gedacht dat we nu lekker buiten zouden kunnen eten in het zonnetje. Er is ook gezorgd voor een  dessertje op basis van pisco. Rond negen uur wordt het wat frisjes dus gaan we maar naar onze bungalow om nog wat na te babbelen.